17 augustus 2022
De Onkrant
Onkrant Columns
 
 
 
 
Onkrant Columns heidelbergse catechismus preken

laatste update : 1 maart 2022

oorlog in de oekraine – 6 – de bloeiende roede in de russische nacht [new]

oorlog in de oekraine 6 – de bloeiende roede in de russische nacht - 1 januari 1970

 

oorlog in de oekraine – 6 – de bloeiende roede in de russische nacht


In de donkere Russische nacht ligt een diep geheimenis, in de donkere Russische bossen, waar dwergen dansen om de gevonden glasnost steen. In de steen zien we een aloud tafereeltje. We gaan helemaal terug naar de jaren 1800 waar de herderlijke kruisgezinden streden tegen de wolvelijke koningsgezinde imperialisten die de schapen bedreigden. Ken je deze geschiedenis ? Het is het 1816 van de roofdieren die uit hun holen kwamen tegen het 1834 van de regressie, de wederkeer van de herder tot het verloren schaap, of het verloren schaap tot de herder. Ken je het verhaal, ken je het sprookje, ken je het gedicht ? Of ben je er te oud voor geworden, te gepensioneerd, en heb je de oma of opa sloffen al aangetrokken ? De bloem van geestelijke pensionering is er één van een mechanisch vergif. Het druipt van de schermen van de mobielen der verwenden, en brengt hen in een bloeddorstige trance, een hypnose van waanzin, die hen niet meer kan laten stoppen met dansen. Altijd moeten zij dansen, alsof ze de rode betoverde schoentjes aan hebben. Wat is het medicijn ? Daarover zullen wij vandaag spreken. 


 C. van den Oever, een kruisprediker in de jaren 1800, sprak over de situatie in Israel. De stok van samenbinding en liefde was verbroken, en de sleutel der kennis was verloren gegaan, en toen werd het nog donkerder. Hij zei dat ieder een weg voor zichzelf verkoos, zoals ze het goed dachten. ‘Hier zag men een vergadering van Godonterende Sadduceeën! daar een hoop Esseeën! ginds een menigte Farizeeën! dan ook nog weer een partij Herodianen.’ Het was een donkere nacht voor de kerk, stelde hij. Maar hij wees op de natuur, dat na de duisternis van de nacht de morgen zou komen. De morgen komt om te verlossen, en niets kan haar hinderen. In Israel werden deze natuur elementen gepersonificeerd. Daar zijn de godsdiensten uit voortgekomen. Het is een zekere taal.


Het kruis gaat dus zekere dingen voortbrengen, heeft haar eigen morgen, en niemand kan dat verhinderen. Niemand. Het is de natuur. De profeten spraken dat er uit een maagd een hemelse zoon zou komen. Natuurlijk is dat beeldspraak. Het gaat om een kerk die maagdelijk is gebleven naar de zonde toe. Zij hebben niet in het vlees geleefd, en alleen zo kan het hemelse zoonschap komen. De hemelse, maagdelijke kerk is dus zowel een moederschap als een zoonschap. Dat wil niet zeggen dat ze daadwerkelijk maagdelijk is. Het is een hemelse maagdelijkheid tegen vleselijke conformiteit. De zonde is een samenzweerder tegen de hemelse dingen, in vriendjespolitiek dus.


 Het was een gedicht, een maagd die zwanger zou raken. Het had een diepere betekenis. Maar de vleselijke kerk nam het letterlijk. De betekenis werd weggekapt. Zo maakten zij hun afgoden. Van den Oever noemde het een wonder : ‘O, wonder! een maagd baart een man, een dochter baart een vader, het schepsel haar Schepper!‘ Hij sprak dat de hemelse zoon in een stal werd geboren, omdat het een evangelie was voor de armen. Ook dat was een gedicht. Men heeft het verletterlijkt en uitgebuit, de betekenis weggesneden. Het stalletje met kerstfeest in het rijke westen heeft de diepe betekenissen niet meer. Het is plat geworden, huichelachtig, allemaal voor de markt, want het westen veracht de armoedskerk, de soberheidspilaar. Van den Oever wees erop hoe het rijke westen het arme volk onthielden wat hen vanuit de hemel was geboden. ‘Men offert het liever op aan wellust, pronk en praal, aan huizen, hoven, rijtuigen, meubelen, klederen, enz. Zij willen liever hun zielen honger laten lijden en hun lichamen in zondigen overvloed baden,’ stelde van den Oever. ‘En daarom zien alleen enkele arme schaapherders het.’


 Natuurlijk wordt er naar hen niet geluisterd, want hun haar is te lang, of hun baard is te wild, of hun kleren te armoedig, of wat voor ander slap en zot bedrieglijk excuus het rijke westen er ook voor kan vinden om niet naar hen te hoeven luisteren. Of hun accent is niet ‘algemeen beschaafd Nederlands’ (alsof zoiets bestaat). Ze drinken niet mee en doen niet mee met de meut. C. van den Oever riep : ‘O, rampzalige! die zo uw ziel bedriegt voor de eeuwigheid, omdat u meent bevrucht te zijn door de Heilige Geest, en ondertussen, het is stro en u baart stoppelen, die in het vuur der beproeving zullen verbranden.’ En zo is de mens geworden tot dwaze maagden. Zij zijn maagdelijk naar de hemelse kennis toe, willen er niets van weten, bespotten het. Maagdelijk naar de kennis, om zo door de leugen bevrucht te worden en nog meer zonde, troep en prut te baren. Het rijke westen richt het op tig andere dingen, maar van den Oever stelde dat het de hemelse armoede was die verzoening bracht. De hemelse armoede is de Hechter. Je mag komen tot de natuurlijke armoede in je hart om zo in contact te komen met de hemel, een aanraking te krijgen van de hemel. Je neemt niet meer dan nodig is. Je denkt ook aan de ander. Daarom kwamen de armoedsordes opzetten. Zij begrepen het oorspronkelijke evangelie. Van den Oever stelde dat Bethlehem het broodhuis betekende, als het verborgen manna dat uit de hemel daalde. Hij stelde dat de hemelse zoon de armoede liefhad, en het daarom verkoos boven de rijkdom.


 Zo mogen wij zijn als Elia die de wildernis had uitgekozen en opgezocht boven de stadse pracht en praal, om zo langs de beek Krith te gaan, zij het in moedeloosheid, honger en dorst, om zo tot het hemelse herderschap te gaan en het arbeiderschap in de woeste hemelse wijngaard, stelde van den Oever. En dat gebeurt in de stille nacht, op het eenzame veld, in strijd met de zonde, de duivel en de wereld. Als vreemdelingen zijn zij afgemarteld, stelde hij. Het herdersambt was het geringste, stelde hij, iets van de armen. Het waren de minste broeders. Ze moesten strijden met wolven om de lammetjes te beschermen en de schapen, en moesten bij verwonding de dieren ook verbinden. Ze moesten dit doen in de hitte van de dag en de kou van de nacht. Het herdersambt werd steeds meer veracht met de opkomst van de nieuwe wereldrijken, stelde van den Oever. ‘Dit Bethlehem werd ook genaamd Bethlehem Efratha, welk woord betekent vruchtbaar, omdat er rondom Bethlehem vele vruchtbare korenakkers, vette weiden, vele bloeiende wijngaarden, enz. waren. En in die vette weiden legerden deze herders hun schaapjes,’ stelde hij. Zij moesten ook als een nachtwacht zijn over de schapen, stelde hij. Terwijl anderen sliepen moesten zij waken. Zij zongen en speelden ook psalmen, stelde hij, om de roofdieren af te schrikken.


Het koord van de armoede is dus hetgene wat samenbindt, stelde van den Oever. Dat is dus het ware hemelse communisme, van de minste willen zijn, de ander ruimte bieden, en dit gaat over de pilaar van soberheid. Neem je meer ten koste van anderen, dan ben je een dwaze maagd, maagdelijk naar de kennis, dus als een dom grietje. Van illusie tot illusie ga je dan, met je joint of sigaret. Dat zijn hele tragische optochten naar de afgronden, en ze zien het niet eens dat ze zichzelf daar instorten, want ze dragen een vizier, een roze bril. Het zijn dronken blinden. Ze zoeken Jezus in de paleizen, en in sierlijke redenen bij de wijzen en de geleerden der wereld, de rijken der wereld, stelde hij, maar hij wordt alleen gevonden bij de armen en de eenvoudigen. Hoe zeer is deze wereld afgedreven ! Ga terug ! Ga terug ! Kom tot de regressie, want van den Oever was een regressie prediker. Proef het ware woord van de hemel.


 Van den Oever gaf een definitie van de ware herder : Ze hoeden de schapen ook met staf en hond. De leraars moeten het volk hoeden met de staf van Gods Woord, door waarschuwing en bedreiging (schup en kluit). Hij wees erop dat de nacht begon in 1816, en dat de nachtwacht daarom moest komen. 


De koorden van de hemelse armoede zijn lichtende koorden in de nacht die gaan van herder tot herder, van schaap tot schaap, en van herdershond tot herdershond, om tegen roofdieren te beschermen. Hebben wij deze koorden gezien ? Ze lopen dwars door de volkeren heen, dwars door de muren die mensen gemaakt hebben. Ben je zelf al verbonden aan dit koord ? Hoor je de stem van het hemelse onderwijs vandaag klinken dwars door alle onrust en dreiging heen, en predik je dit woord ook door ? Ben je een ware nachtwacht ? Blaas je de bazuin als je die behoort te blazen, of kom je met tig slappe smoesjes ? Ben je verbonden aan het touw, of ben je bandeloos ? Of zoek je de banden te verbreken zoals de vleselijken in psalm 2 ? Gedenk je deze koorden van hemelse armoede wel, ken je ze wel ? Ze lopen dwars door de geschiedenis heen. Ben je ijverig naar hen op zoek ? Vele eersten zullen de laatsten zijn. Ben je klaar voor de grote omdraaiing ? Ben je klaar voor de grote omkeer, de terugkeer ? Ben je klaar voor de openbaring van glasnost ? Alleen dan zal er perestrojka zijn, reformatie. Ben je wel klein genoeg hiervoor, wel kind genoeg ? Ben je een dwerg van Sneeuwwitje of een handlanger van de heks ? De herdersengel blaast op de bazuin. Hoor je het wel ? De roede zal bloeien, stelde van den Oever. Hebben wij die roede aangenomen ? Dan zal het ook bloeien in ons hart. Oh, ik had eens een droom dat heel Nederland bloeide. Overal groeiden bloemenstruiken en bloemenbomen. Overal waren er heggen, en de natuur had zegegevierd.


 ‘Wie zoekt zal vinden,’ stelde van den Oever. Gelukkig is het volk dat de dingen des hemels zoekt. Het doet er niet toe hoe zwaar en moeilijk het is, hoe hard en wreed, hoe langdurig, want, zo stelde van den Oever : ‘De liefde tot Rachel maakten zeven jaren voor Jacob als één dag.’ Hij noemde Maria, de Maagd, de laatste erfdochter van David’s geslacht, en haar naam betekent bitterheid en droefheid. In die hoedanigheid, sober en arm op velerlei gebied, werd het hemelse zoonschap gebaard. Jozef, de pleegvader van Jezus op aarde, betekende wegnemen en toebrengen, stelde van den Oever. Ik moet dan ook denken aan de tekst van Job : ‘De hemel heeft gegeven. De hemel heeft genomen.’ Als er iets weg is gegaan, is er ruimte voor nieuwe dingen. De hemel compenseerd. Van den Oever wees erop dat de herders hun schaapjes moesten achterlaten en het gezang der engelen, om zo in de arme stal de hemelse zoon te vinden, en we kunnen stellen dat dit hun eigen innerlijke kind was. Als ze bij de zingende engelen zouden zijn gebleven, dan hadden ze het nooit gevonden, stelde van den Oever. Zowel als de herders hun schaapjes verlieten, zou u om het te vinden, ook alles wel willen verlaten! Niets immers kan u daarvan afhouden? Geen vader, geen moeder, man, vrouw noch kind, veel minder enige tijdelijke en vergankelijke goederen, geen donker vooruitzicht of gevaar kan u daarvan afschrikken, zo min als de donkere nacht de herders, stelde hij.


 U zoekt het bij de grote en hooggeleerde verstanden, bij de sierlijke, hoogdravende en loftuitende redenaars. Maar het wordt bij de arme, eenvoudige Galileeërs gevonden, die zo maar prediken uit het hemelse Woord, en die willen dan niet anders weten als het kruis, stelde van den Oever. Hij stelde dat het bij velen maar praten en redeneren is, dat velen het zoeken bij hen die veel van grote dingen spreken, bij hen die zich voordoen alsof zij heel wijs zijn en grote kennis hebben, bij hen die uitmunten in vroomheid boven anderen, bij hen die altijd kunnen redeneren en ook lange gebeden kunnen doen, maar dat het te vinden is bij de eenvoudigen die verbroken en verslagen zijn van geest. Het is te vinden bij hen die niet weten wat ze bidden zullen, maar dit doen door onuitsprekelijke verzuchtigingen. Hebben wij wel geluisterd naar deze woorden van de voorouders ? Klaarblijkelijk heeft Nederland en de rest van de wereld hier niet goed naar geluisterd, omdat ze met andere dingen bezig waren. Oh, het volk heeft nog zoveel te doen, even nog dit doen, even nog dat doen, voortdurend voor hun eigen huis en kerstboom draven, maar het belangrijkste hebben ze vergeten. ‘Foutje, bedankt !’ en ‘Wir haben es nicht gewust.’ Nee, omdat je niet hebt willen luisteren.


Als je je hier doorheen hebt gewerkt kun je een ware visser der mensen zijn. Dan kun je aan de oevers staan en je netten werpen. Dan doe je iets nuttigs, dan maak je wat van je leven. Het andere pad is zo heilloos. Horen wij de stem van de voorouders die voor ons streden ? Horen wij de stem van de goede herderin die door hen heenspreekt ? Of volgen wij nog andere stemmen ? Welke stemmen volgen wij eigenlijk ? Is alles wel zoals het lijkt ? En waar leiden die stemmen ons ? Enig idee ? Of denk je daar niet eens over na ? Durf je wel naar een kritisch geluid te luisteren ? Of moet alles zijn zoals de buurman en de buurvrouw, huisje boompje beestje, oude kost ? Durf je wel kritisch te denken naar de wereld om je heen ? Of loop je laf getrouw met de mars mee ? Heb je soms aandelen in de stad ? Wil je ze te vriend houden ? Ten koste van wie of wat ? 


Heb je weleens een engel gezien ? Wat zou je ervan zeggen als ik zou zeggen dat er nu een achter je staat ? En die engel ziet alles. Zou je dan nog op je oude weg voortgaan ? De engelen zijn onder ons, en zij houden de wacht. Het zijn herderlijke engelen, gegeven in de jaren 1800. Dit zijn niet zomaar engelen, maar principes, leef en leerregels. Ken je ze al ?


Een arm kind in doeken gewikkeld, je eigen innerlijke kind. Heb je wat herkend in dit betoog ? Kun je er wat mee ? Van den Oever stelde dat de rijken gevleid worden, dat men zachte woorden tot hen spreekt, en men maakt kussens voor hen onder de oksels en onder de ellebogen, maar tot de armen spreekt men harde woorden, met dienstbaren bemoeit men zich bijna niet, alsof die toch geen ziel te verliezen hebben. Hij stelde dat vandaag de dag er weinig getrouwheid is, en dat men weer een voorbeeld moest nemen aan de herderlijken die door liefde de goede boodschap verkondigden. Ze zochten geen vleselijk en tijdelijk voordeel. Ze waren niet gedreven door het rad van winzucht in ijdele roem en eer. Pas op voor blinden die blinden geleiden, stelde hij. De vleselijke mens is maar stof en zal tot stof wederkeren.


Als je dan tot je innerlijke kind bent gekomen, wees er dan wel zeker van dat je innerlijke kind besneden is, want anders kom je tot je verwende kind van het vlees. 

  de nieuwe pilaren van het calvinisme - 1 januari 1970

 

de nieuwe pilaren van het calvinisme


Door de katholieke kerk was alles uit evenwicht, door gebrek aan kennis, en zo werd de mens meegesleurd met monsters van hebzucht en geldzucht, in de diepe rivieren van het materialisme. Daarom moest Calvijn komen, maar ze namen juist de valse, dogmatische stellingen van Calvijn over om dit tot pilaren te maken, van Nederland en de Dordtse leerregels, waarmee we gestoeid en geworsteld hebben in het vorige boek (de wachters van Dordt). We hebben het een kwartslag kunnen draaien, tot een loopbrug, en nu moeten we komen tot de ware natuurpilaren van het calvinisme, waarop Nederland gebouwd mag worden.


Men maakte dogmatische pilaren van het calvinisme in plaats van ethische pilaren. Er waren zoveel ethische punten van Calvijn die ze hadden kunnen gebruiken, maar nee, na de katholieke nachtmerrie kwam de calvinistische nachtmerrie, terwijl de geschriften van Calvijn groot potentieel hadden, omdat ze zowel twee keer erger als twee keer beter waren dan het voorafgaande kerkelijk rijk. 


Ik had vannacht een droom dat een meisje die ik weleens hielp bij mij op het zolder van het ouderlijk huis sliep, op een andere parallelle nordics planeet. Het meisje had een slang in bed waarmee ze speelde. Ik vroeg me af waarom ze met de slang speelde en hoopte dat de slang haar geen kwaad zou doen. Maar toen werd ik me er van bewust dat de slang een ethische pilaar van het calvinisme was, een natuurpilaar dus, die zou moeten komen. Het meisje bereidde haarzelf er zo op voor. Er was ook een naald die uitgeklapt kon worden, die een andere natuurpilaar van het calvinisme voorstelde. We zullen dus de punten van het calvinisme gaan bespreken en de oude pilaren afbreken om zo tot de nieuwe pilaren te komen.


Uit het archief :

Calvijn over Colossenzen 4:17 : balans onderwijzen en leren, to teach and be teachable.

:16 : balans tussen boodschap tot het persoonlijke (colosse) en universele (laodicea)

microcosmos/macrocosmos

klein gebied/ groot gebied

inheemsen/ uitheemsen


:12 – balans ver weg/ dichtbij zijn

werken in de microcosmos/ macrocosmos (zoals wij wel zeggen : boven de schelp en onder de schelp)

vergeten/ herinneren


:6 – balans tussen vertellen [wat] en vertellen [hoe]

balans praten persoonlijk en onpersoonlijk


:2 – balans ijver – volharding


:1 balans meesterschap – dienstknechtschap


Instituties I

1:1 kennis v. God vs. kennis van zelf

1:2 kennis van God komt eerst

‘wat praalde met het uiterlijk en kracht zal zich verraden in jammerlijke onmacht’

1:3 hoe dichter bij God, hoe beter je God kent,

hoe beter je jezelf kent.

Het zelf is ondergeschikt aan God.


2:1 – waar geen godsdienst is en geen godvrezendheid wordt God niet gekend. 

wij kunnen alleen god kennen door heilige vreze en gehoorzaamheid.

(Hus liet al zien dat die gehoorzaamheid dus betekent : het ongehoorzaam zijn aan vleselijke mensenregels)

2:2 – balans tussen god eren en god vrezen


3:1 – godsdienst is iets natuurlijks

3:2 – godsdienst heeft een ieder in zichzelf,

dat kan de ander alleen aanwakkeren,

doen ontwaken,

de kiem is in het zelf.

3:3 – godsdienst is in evolutie


4:1 – gebrek aan onderzoek schept ijdele bespiegelingen waartoe vals vertrouwen ontstaat – gesneden beelden van God

4:2 – zij die valse god maken loochenen god – zijn atheisten – god geeft hen daaraan over zodat ze niet tot god zullen komen – omgeeft hun harten met vet

(dat wil niet zeggen dat er geen waar atheisme is, atheisme tot vleselijke goden)

4:3 – god is geen schim of product van verbeelding die naar ieders lust kan worden veranderd.


Calvijn mattheus 25

sacrifice van Jezus = metafoor van gehoorzaamheid

Jezus = symbool van victory over death

sterven aan jezelf – > overwinnen

doodsproces aan het zelf

wordt geleid door

– profetie

– gods voorzienigheid

op pasen : uittocht uit egypte/ katholicisme

van katholicisme tot calvinisme

teken : koperen slang/ touw

pasen leidde tot het eeuwige leven / beloofde land


sterven aan het zelf gaat vaak niet direct, maar door groot bedrog (judas kus)


Calvijn kwam tegen het katholieke systeem die zoveel geld besteedden aan het aanbidden van god.

Ze offeren dwaas op de altaren van luxe, dure kleding en dure gebouwen.

Calvijn zegt : de ware altaren zijn de armen.

God wil geen uiterlijk vertoon, wil geen materiele eer ontvangen, 

dat is allemaal bijgeloof.


Colossenzen 3:22 – balans aan jezelf sterven en sterven van de vijand


:18 – balans gehoorzamen en jezelf onderwerpen aan God

niet zomaar op gelijke hoogte gaan staan van de hogere kennis of zelfs hoger,

maar eerst jezelf onderwerpen,

zodat de heilige kennis je kan vullen.


Calvijn psalm 92 :

Toeleggen op de verborgenheden van God’s werken. (vs 7)

(Dit is dus wat waarlijk ‘de dingen van boven zoeken’ betekent)

verborgen voorzienigheid (vs 8-10)

We spreken hier van Calvijn’s verborgenheidsleer.

Ook heeft hij een soberheidsleer en de leer van de mondwachter.


psalm 38 : Calvijn benadrukt dat het verdragen en dragen van het kruis kan geschieden dus niet alleen door het gedenken van het eerdere kruis, maar ook het belijden van het kruis tot God, zoals de psalmist deed. Dit is de gedenkingsleer van Calvijn.


Laten we naar wat meer punten van calvijn kijken :


– het einde van het vlees is de slachtbank

– het reine wordt van het onreine gescheiden door hun namen en hun kentekenen. (spiritual mapping)

– God is geestelijk is, en wil alleen maar geestelijk gediend worden, en als de mensen dat allemaal doorvoeren in vleselijkheden dan is dat allemaal bijgeloof.

– Door de eigen wil en de verkeerde omgang wordt de mens besmet met het vleselijke. (commentaar op het boek Jozua)

– gehoorzaamheid betekent niet afwijken ter rechterhand, en ook niet ter linkerhand, dus de grenzen in achtnemen (ken uw grenzen)

– de ijver moet altijd gematigd worden door niet hardnekkig aan te dringen en door niet te blijven bij vooroordelen. De mens moet voor rede vatbaar zijn.

– Vaak lopen degenen die van de waarheid zijn afgeweken overal met hun hoge titels te protsen, zoals de valse profeten dit deden met verheven minachting. (commentaar op korintiers)

– Zij die uit zijn op roem leggen voor zichzelf een valstrik. Zij denken in kerkgroei statistieken, en doen graag water of gif bij de wijn om de nummers te verhogen.

– In tegenstelling tot blind geloof moet er gestreefd worden naar zekerheden die de majesteit van de goede boodschap kunnen dragen en uitvoeren.

– In diepte is de goede boodschap geen gift, maar een voorbeeld van geduld, want ieder voor zich zal de dood aan zichzelf moeten sterven om aan deze dingen deel te hebben.

– Wees uitermate voorzichtig met tradities van mensen, de elementen waarop de samenleving is gebouwd, want daarin schuilt juist vaak het kwaad, en het wordt voortdurend uitgebroed in de hoofden van de mensen.

– Je kan alleen iets geloven als je het kent. Er is geen geloof mogelijk zonder kennis.

– De definitie van het ware geloof is het geweten wat zich geheel aan God alleen heeft overgegeven in volharding en vastheid, als tegengesteld aan trots vertrouwen in het materiële. Dit is niet zomaar iets wat er al is, maar een beoefening.

– Het kruis is lang nodig tot het temmen van de mens.

– De uitverkiezing door Abraham is niet genoeg, maar dat de mens moet ook uitverkoren zijn door Jakob, als een diepere uitverkiezing.

– Het proces van volharding, het volkomen worden van het geduld en de vereeuwiging leidt tot de hemelse vervreemding. 

– David wilde niet slechts dankbaar zijn naar de weldaad van God, wat overigens een zeer moederlijke weldaad is, maar David wordt vervoerd tot bewondering van haar. Dit is geen passieve bewondering, maar een oefening van godsvrucht. (psalm 8, Calvijn’s bewonderingsleer)

– Het gaat niet om het wezen God, maar om de werken, om de deugden. God is geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord, een principe. (psalm 8)

– IJdele welsprekendheid en wijsheid (sofisme) dooft het kruis uit en verbergt het in trots en eerzucht. (commentaar korintiers) Omdat de sofistiek allemaal om geld ging, als een beroep, in plaats van een missie, probeerde de sofist het brein van de mens te manipuleren door welsprekendheid en amusement, door bedriegelijke uiterlijkheden dus, om zo de pathos, de emotie, te bespelen, als een poppenspeler. Sofisme gaat om menselijke organisaties, de uiterlijkheden.

– Omdat het volk zo halsstarrig is dat ze totaal ontembaar zijn is het noodzakelijk dat er een strenge leerdiscipline over hen gesteld is die hen niet zachtzinnig zal behandelen, maar jegens hen ruw zal optreden. (amos commentaar, Calvijn’s gestrengheidsleer)


I – Gedenkingsleer (gedenking en belijdenis van het kruis van de geschiedenis)

II – Bewonderingsleer

III – Gestrengheidsleer (getemd worden door het kruis)

IV – Soberheidsleer

V – Verborgenheidsleer


Laten we kijken hoe dit gaat inpassen :


Ik had een beeld, een gezicht, in de nacht, van de vijf pilaren van corrupt calvinisme, opgesteld door Nederland, door de Dordtse leerregels, onttrokken min of meer uit de leerstellingen en dogma’s van Calvijn, maar dan heel erg selectief, als vijf skeletten die over de wereld gingen regeren, als het calvinistische wereldrijk, wat de lagere Calvijn voorstelt, of vleselijke Calvijn. Er waren veel betere leerstellingen die Calvijn had gebracht, maar dit werden de hoofdpilaren, deze vijf skeletten. De skeletten spraken ook tegen me. De pilaren staan bekend als TULIP :


I. De T-pilaar, van totale verdorvenheid, dat de mens tot niets goeds in staat is. Iedereen is al bij voorbaat veroordeeld en verdoemd, want iedereen zondigt.


Ik moest deze pilaar afbreken. Het is niet bepaald eerlijk, en het is een vooroordeel, wat eigenlijk indruist tegen Calvijn’s soberheid leer, die juist waarschuwde tegen vooroordeel. Het oordeel moest uitgesteld worden en gematigd, om zo plaats te maken voor de rede. De nieuwe eerste pilaar moest worden :


I – Soberheidsleer, waar Calvijn veel over gesproken heeft, om zo tot een zuiverder beeld te komen, en geen valse godsbeelden en afgodsbeelden op te richten. De mens moet door de heilige, hogere Hus komen tot de heilige Calvijn, de hogere Calvijn, en ook tot de moeder van Calvijn. Dat is het nieuwe calvinisme.


II. de U-pilaar, van unconditional election, de onvoorwaardelijke uitverkiezing, de onvoorwaardelijkheidsleer, die een New Age leer is, want men hoeft er helemaal niets voor te doen, en men kan dit ook niet. God beslist alles en doet alles. De mens is slechts een robot. Je bent het wel of je bent het niet. De mens stelt zo eigenlijk niks voor, en het is allemaal eenrichtingsverkeer. Dat is natuurlijk een hele extreme leer, dus deze pilaar moest ik afbreken. Het skelet begon te kreunen en te schreeuwen, en viel toen weg, stortte toen neer. Het was een hele grote pilaar van de uitverkiezing dus, totaal oneerlijk, totaal ongegrond. Een totale nachtmerrie, want zo werden er lieverdjes gekozen, favorietjes, en die hoefden helemaal niet goed te zijn van zichzelf. God maakte ze gewoon goed, dus het was een schuilplaats voor allerlei tuig en criminelen. Onder deze dekmantel konden ze opereren. Het is een godsgruwelijke leugen. Vandaar dat ik als nieuwe tweede pilaar moest brengen :


II – Gestrengheidsleer, duidelijk gepredikt door Calvijn, dat de mens onder tucht moest komen, en dat alles weer voorwaardelijk werd. De mens getemd door het kruis, en straf op de zonde. Zo kon deze new age pilaar wegvallen. 


III. de L-pilaar van limited atonement, gelimiteerde verzoening, beperkte verzoening, want het was alleen voor die lieverdjes, wat dus eigenlijk verwende deugnieten waren want ze hoefden er niets voor te doen. Grote vader deed alles. Die regelde alles voor hen. Ik moest ook deze pilaar afbreken. De skelet begon te hijgen en te kreunen, en viel toen weg. Het was een heel oud skelet. Zijn einde was gekomen. Toen moest ik de nieuwe derde pilaar oprichten :


III – Gedenkingsleer, want zo zou er weer diepte komen, en zou men leren van de fouten van de geschiedenis. Het verleden kruis zou weer herdacht worden, en zo zou de bron zich openen en stromen. 


IV. de I-pilaar van irresistable grace, onweerstaanbare genade. Weer komt alles van God af, niet van de mens. Als God iemand pikt dan kan die persoon zich er niet tegen verzetten, of die nu wil of niet, dus het is eigenlijk verkrachting, zieke verkrachting, en manipulatie. Ook deze pilaar moest ik afbreken. Het was het snoep van de lieverdjes. Het was een mensenhandel. Toen moest ik deze pilaar ervoor in de plaats zetten als de nieuwe vierde pilaar :


IV – Verborgenheidsleer, want zo leefde de mens vanuit dat wat er daadwerkelijk gaande was, vanuit de verborgenheden der dingen, en niet vanuit oppervlakkigheden en uiterlijkheden. Zo konden de hemelse bomen weer diep wortel schieten, dwars door het asfalt en het cement heen, terug naar het verborgene. Het greep diep in mijn hart, en begon ook mijn hoofd te vernieuwen. 


V. de P-pilaar, perseverance of the saints, volharding van de heiligen, als verzekering dat de lieverdjes eens en voor altijd wedergeboren en zalig waren, en dus hard. Ook deze pilaar moest ik afbreken, en deze laatste skelet begon toen te gillen als een varken, en stortte neer. Ook een verschrikkelijk skelet was het. Ik moest deze pilaar ervoor in de plaats zetten als nieuwe vijfde pilaar van het nieuwe calvinisme :


V – Bewonderingsleer, want zo komt de mens echt in contact met God. De psalmist wilde er deel aan hebben, en wilde er in opgaan, in het scheppingswerk van onschatbare waarde. Calvijn stelt terecht dat de naam van God niet slechts God is. Daar neemt Calvijn geen genoegen mee. Nee, het is de kennis. De psalmist bewondert niet het redeloze, maar de rede, de kennis. De psalmist gaat zichzelf niet te buiten aan loze ervaringen. Het is de ervaring van studie, van het leren kennen van de hogere natuur, door bewondering. De mens moet dus niet zomaar dankbaar zijn, maar bewonderen. Alleen zo kan de mens het op waarde schatten, koesteren en opslaan.


Ik was toen in een tuin van een kabouter, en het tuinhekje was het einde van Thriller van Michael Jackson, de lachende man. Die lach die vaagt dan weg, alsof het maar gewoon een machine was die uitgeschakeld wordt. De Heer sprak toen tot mij : Mediteer over de nieuwe pilaren, opdat ze gestalte zullen krijgen en diep zullen indalen. Er moest veel genezing komen, ook sexuele genezing, want de mens heeft alles sexueel verkeerd voorgesteld, alles omgedraaid. De sexualiteit moet dus weer een kwartslag draaien door de nieuwe pilaren, en dan zal er een nieuwe vruchtbaarheid zijn.


Ik hoorde toen het lied ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld. Het gaat erover dat alles voorbij zal gaan.

van leviticus tot hooglied - 1 januari 1970

 

van leviticus tot hooglied


Psalm 58 is eigenlijk waartoe het evangelie dient, namelijk het kruisigen van het vlees en de verheuging daarin, en dat is dan ook het bloed wat er moet vloeien waar de mens zich in dient te wassen. Zowel evangelie als sexualiteit, wat daar een zinnebeeld van is, wordt in de stad verkeerd voorgesteld, als iets onreins en onheiligs. We hebben gezien dat de man een beeld is van de dag, en de vrouw een beeld is van de duisternis, waar de man in dient te gaan, zodat de dag telkens weer ondergaat en sterft in de duisternis om nieuw leven voort te brengen, en zo zuivert de natuur zichzelf, zo houdt de natuur zichzelf in stand. ‘Adam, waar zijt gij ?’ We zagen ook in de bespreking van de catechismus dat wanneer de man zijn vlees in de vrouw brengt om dit te laten sterven, dat hij ten volle moet weten hoe groot de zonde en de ellende van het vlees is, wat dus de betekenis is van de opzwelling van het mannelijke orgaan, dus geen opzwelling van de man als geheel zoals in de stad met allerlei protserigheid want dan zou de man dus geheel vleselijk zijn (zondag 1). Ook hebben we gezien hoe de man moet groeien in zijn haat en walging, zijn afkeer, naar de zonde en het vlees toe. De man moet het meer en meer ontvluchten. (zondag 33)


Calvijn stelt dat psalm 58 gaat over dat de psalmist zijn oprechtheid staande moet houden tegenover de vijand. We kunnen stellen dat de man in deze hoedanigheid zijn vlees moet offeren aan de vrouw, zijn oprechtheid staande houdend. Een man moet daarom huiveren voordat hij tot een vrouw komt. Hebben we zo een beter beeld van wat ‘God en evangelie’ is ? We hebben het dan over een driehoeks-verhouding tussen liefde, kennis en leviticus, dus de gehele offerdienst. Pas dan, pas dan, kan de uittocht plaatsvinden, stelde broeder Klaas Schilder, pas dan is er de vrijmaking, en we kunnen stellen dat dit een intocht is in haar. 


Calvijn stelt bij psalm 58 dat voordat de psalmist staande wist te houden in oprechtheid hij zich veel erover had beklaagd hoe de vijand hem had gekweld in wreedheid. Blijkbaar is dit nodig om tot vol besef te komen. Hij moet dan tot God komen om van dit vlees, zowel zijn eigen als dat van de vijand, verlost te worden. Er moet een oordeel over komen. Er moet een leviticus in zijn leven komen.


Als je naar de slager gaat dan kun je niet zeggen dat het zielig is voor de dieren en daarmee denken dat hij wel begrip zal hebben. Nee, dat is de realiteit niet. Eerst moet de mens de geestelijke principes ervan begrijpen, en pas daarna zal het letterlijke, vleselijke voorhangsel ervan scheuren. 


In psalm 58 komt de psalmist onder ogen hoe groot het kwaad is, hoe groot het vlees, als een vervulling van zondag 1. De mens moet het weten, en ook weten hoe het moet sterven, hoe het geofferd moet worden. De mens moet dus ook het leviticus kennen. En daarin zondag 33 toepassen, wat een antwoord is op zondag 1 :


Vraag 89: Wat is de afsterving van de oude mens?
Antwoord: Het is een innig berouw dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en die hoe langer hoe meer haten en ontvluchten.


Deze zondagen horen dus bij elkaar. Calvijn stelt bij psalm 58 dat in dit proces de psalmist de vijand moest ondervragen. Nu, dat is ook een onderdeel van het exorcisme. Er moet dus een zeker contact zijn met de vijand. Als exorcist leef je heel dicht bij de vijand. Je moet ermee worstelen, met de vraagstukken van het leven, het uitdiepen. Je moet het onderste uit de kan halen, en niet voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Bovenal worstelt de exorcist hierin dus met zichzelf, met zijn eigen vlees. Daarom moet hij het leviticus kennen, en daarom moet hij de vrouw kennen. Zowel vijand als vrouw moet hij dus kennen, waar deze zondagen over gaan, en psalm 58. Calvijn stelde dat de psalmist in psalm 58 de vijand zelfs moest uitdagen. In de vrouw, de duisternis, is die arena. Maar bereid je goed voor, voordat je die arena binnengaat, die relatie met God aangaat, met de hemelse kerk. Laat je geen sigaren verkopen. Laat je niets zomaar aansmeren door massa media, want dan kom je bij een hele andere vrouw terecht, en haar paden leiden tot de dood, waar de Spreuken over spreken. Kom tot het hooglied. Wek de liefde niet op voordat het haar behaagt. Krijg een besef over wat de relatie is tussen leviticus en het hooglied. Er is geen hooglied zonder het ten diepste ervaren van leviticus. 


Calvijn stelde dat de psalmist de vijand tegemoet kon treden door zijn goed geweten. Hij moest de vijand aanspreken, hen wijzen op hun lichtzinnige laster, hun onterechte onderdrukking van onschuldigen. Calvijn stelde zich voor dat de psalmist ook zou moeten hebben gezegd tegen de vijand : Schamen jullie je niet ? Calvijn stelde dat de psalmist in psalm 58 sprak tegen een vergadering, de raadslieden van Saul die hem vervolgden. Calvijn stelde hierbij dat ze ongetwijfeld hun tirannie onder schoonschijnende benamingen verborgen hielden. Ook vandaag is dit het geval. Men heeft de zonde en het vlees andere namen gegeven, professioneel gemaakt, alsof het de samenleving dient, en het er gewoon bijhoort, en zo kunnen ze het ongestrafd doen. Calvijn stelt dat de psalmist klaagt over hun ongebondenheid, dat ze alles zomaar in het openbaar kunnen doen. Ze hoeven het niet ondergronds te doen in stilte of in het verborgene. Daarbij stelt Calvijn dat dit ging om hen die al van de moederschoot zo waren, en niet hen die het zich later hebben aangeleerd. Het zit dus heel diep. De psalmist moest naar de wortels toe, zoals ik vannacht ook een droom had dat de zool van mijn schoen was gescheurd.


Ze waren dus van jongs af aan vervuld met het kwaad, geboren samen met wreedheid. Calvijn stelt dat het geen gematigde boosheid was, maar buitensporige boosheid, waarmee de psalmist had te maken. Alle poorten van de hel waren tegen hem losgegooid, en dit zou zijn voor het algemene welzijn.


Ook in het hooglied is de man de dag en de vrouw de duisternis. ‘Donker van huid ben ik, als de tenten van Kedar.’ De man moet dus ook de duisternis van de vrouw leren kennen. Dat is een Hoseaanse opdracht. Ook met haar zal hij moeten worstelen. Het is een grote vrouw, met brede borsten en heupen, want zij moet immers het kind voeden en beschermen. Zij moet de man aankunnen. We zien in het gevecht tussen Jakob en God dat zowel God als de mens wint, en dat het vlees ten onder gaat in deze strijd. Het vlees is dan een beeld van alle valse Godsbeelden en valse mensenbeelden. Ook zijn dit dus allerlei valse beelden van de strijd zelf. Wat wordt er veel over gelogen. En wat hebben ze een gruwel gemaakt van leviticus en hooglied, van offerdienst en sexualiteit. In de stad wordt dit heel verkeerd belicht. 


Calvijn wijst erop dat de vijand moord door zowel overmatige koudheid als overmatige hitte. Het is dus ook daadwerkelijk een strijd tegen de overmaat der dingen, wat in toom gebracht moet worden. Daartoe is psalm 58 een heenwijzer. Zij is dus a.h.w. ook een brug tussen leviticus en hooglied, een zeer schone psalm. Calvijn wijst erop dat de psalmist ten slotte stelt dat de vijand doof is, dat ze niet bezweerd kunnen worden. Hij stelt dat we hier niet te maken hebben met zomaar vijanden, maar met toverij. Het is zinsbegoocheling. Zo zien wij dit ook om ons heen. Alles wordt door de markt goedgepraat, door reclame. Reclame is vandaag de dag een synoniem van de waarheid. Als het groots is, door velen ondersteund, door velen aangeprezen, met veel tam tam, dan is het waarheid. Dat is het grote gevaar van democratie. Het is een politieke misleiding. Men heeft God aan de kant geschoven, en volgt nu de meerderheid in het kwaad.


Wilt gij overleven ? Keer dan terug tot leviticus en hooglied, tot haar brug. Daartoe kwam de schone psalm 58. Dat is een groot Israelitisch geheimenis, terugwijzend op de prehistorie. Hoe had de natuur het oorspronkelijk bedoeld, in al haar zinnebeeldige wijsheid en schoonheid ? Calvijn stelt dat gerechtigheid en oprechtheid vruchten zijn die niet geroofd kunnen worden van God’s kinderen door wereldse lieden die in de waan zijn dat het fortuin de aarde regeert.

zondag 39 en de spasmologie van Orion – de betekenis van de wederkomst - 1 januari 1970

 

zondag 39 en de spasmologie van Orion – de betekenis van de wederkomst

 


zondag 39
Vraag 104: Wat wil God in het vijfde gebod?
Antwoord: Dat ik mijn vader en mijn moeder en allen die boven mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijs en me aan hun goede voorschriften en tucht met gepaste gehoorzaamheid onderwerp en ook met hun zwakheid en gebreken geduld heb, aangezien het God behaagt ons door middel van hen te regeren.


Maar om welke vader en moeder gaat het hier ? We hebben het er wel eens eerder over gehad, want deze teksten zijn gebaseerd op de bijbel, op oude Israelitisch-Egyptische geschriften dus die Orion channelden : dit gaat over de geestelijke vaderen en moederen. Dit gaat over Orion. Hier bevindt zich de blauwdruk van de mens, het oorspronkelijke plan, maar de mens is daarvan afgeweken door allerlei spiegelingen in een doolhof van reflecterende stenen, prisma’s, die allemaal hun eigen spectra hebben. Ga er maar aanstaan. Dit is diepgaande spiegelogie en reflectologie. De mens is verdwaald in een Arcturiaans spiegelpaleis in het lagere Orion, wat zich projecteerde op aarde als het Antartica mysterie, waar ik eens een droom over had, over een cassette bandje met een soort economisch spel erop, want in de tachtiger jaren liepen computers ook gewoon nog op cassette bandjes. De Vur heeft het er ook nog over :


‘Hij had de cassette in zijn hand, een spel uit een winkel,

Maar hij koos ervoor het spel in een oorlogsspel te veranderen,

Hij wilde meer avontuur, en de gevangenen uitleiden.’ (123:3)

 

Wie zijn die mensen ? zul je je afvragen. Er is veel meer nodig. Ze spreken als volwassenen met hun zware stemmen, zo vol van zichzelf, zo direct hun autoriteit en macht uitoefenen over anderen. Wie zijn het ? Wat is er nodig ? Het vlees werkt altijd zo overmatig overdirect. Wie zijn die mensen ? Het is een soort spasme. Altijd werkt het weg van de waarheid, drukt altijd de waarheid en de liefde opzij. Opzij, want zij moeten erdoor. Het is een vleselijk spasme, maar we moeten terug naar het oorspronkelijke oerspasme van de natuur, van de wildernis, van het hogere Orion. Daar ligt de bron van de mens, en dat is een breinspasme, om aan het vlees te ontkomen, als een storm die je opneemt, waar de Vur ook over spreekt. 

Wie zijn die mensen ? Ze overhoren je, als buitenaardse interrogators. Altijd moet je weer verantwoording aan hen afleggen. Het draait allemaal om hen. Wie zijn het ? Wat hebben ze gedaan ? Wat hebben ze gedaan met de mens ? Feit is dat je terug moet gaan tot het Orionse breinspasme en de spasmologie van de hogere natuur moet leren, de orionse oerinstincten. Dit betekent loskomen van de lagere aardse spasmes van het vlees die je in gevangenschap houden, die ook allemaal automatismes zijn, aangeleerde kettingreacties. Het is zo gewoon geworden allemaal, zo ingebakken, zo traditioneel en vertrouwd, zo gevestigd, zo ingedut, maar het zijn machten van de dood die de mens gevangen houden, en slechts spelletjes spelen met de mens. De mens moet loskomen van deze parasieten. 

 

De hersenspinsels der elven, krachtige impulsen van de Orionse natuurmoeder, krachtige spasmes om de mens terug te roepen, terug te halen. Ja, dwars door de bijbel heen, dwars door Israel, dwars door Egypte, dus het is zot om de bijbel zomaar geheel te schrappen voor altijd. Dat doen zelfs de atheisten niet. Velen van hen beschouwen het nog steeds als hoogstaande Israelitische literatuur vol van beeldspraak maar wat verder geheel de mist inging wat betreft zijn rechtspraak. Daar zijn volwassenen zo goed in : rechtspraak. Want die weten alles. Er is maar een ding wat ze eigenlijk niet weten, en dat is dat ze eigenlijk niks weten. De lijnen van Orion zijn ondergesneeuwd. Zou je het niet ontzegelen ? En hoe doe je dat dan ? Luisteren naar de oorspronkelijke moeder van het boek, waarvan het eens geroofd was. Het ontvangen van het Orionse breinspasme. Hoe gaat dat ?

Mattheus 24 zegt dan :

29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. 31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

32 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. 33 Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur.


Dat gaat niet zomaar over de terugkeer van Jezus, maar over de terugkeer van het Zoonschap. Dat houdt dus ook een terugkeer van het moederschap in. En dan wordt er op de vijgeboom gewezen, de figtree, oftewel de victory, de overwinning. De vijgeboom draagt het Orionse oerspasme diep in zich. Het is een hemels spasme, om de spasmes van het vlees te ontlopen. Een spasme ontloopt, hangt een ander patroon aan. Het is van een andere code. Dat spasme wordt ook in de Vur besproken. Het is een breinspasme. Het zorgt ervoor dat het brein niet vleselijk denkt, maar dat het aan het hart verbonden blijft. Het spasme maakt eerst de nodige omwegen voordat je allerlei dingen gaat denken en je erdoor laat meezuigen. Blijf wachten op dit spasme.


Kersten noemt psalm 2 :


7 Ik wil gewagen van het besluit des Heren:

Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij;

Ik heb u heden verwekt.

8 Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel,

de einden der aarde tot uw bezit.

9 Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots,

hen stukslaan als pottenbakkerswerk.


12 Kust de zoon, opdat hij niet toorne

en gij onderweg niet te gronde gaat,

want zeer licht ontbrandt zijn toorn.


Dit spasme is dus zeer gevoelig, gaat niet zomaar met allerlei vleselijkheden mee, maar trekt de mens terug. Het is als Orionse bliksem.


Mattheus 24

27 Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. 28 Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen.


En wat komt daarna ? Mattheus 25, over de wederkomst van empathie.


Kersten noemt ook psalm 19 :


2 De hemelen vertellen Gods eer,

en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen;

3 de dag doet sprake toestromen aan de dag,

en de nacht predikt kennis aan de nacht.

4 Het is geen sprake en het zijn geen woorden,

hun stem wordt niet vernomen:

5 toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde

en hun taal tot aan het einde der wereld.

Hij heeft daarin een tent opgeslagen voor de bron,

6 die is als een bruidegom die uit zijn bruidsvertrek treedt


De nacht predikt tot de nacht, dus niet volgens de directe, sociaal geaccepteerde manier. Er is dus nog een geheime samenleving, een secret society, in Orion. De dwazen laten zich door de morgen misleiden in het veld. De Vur spreekt er ook over. Daartoe is het breinspasme gezonden, om af te kicken aan alle vleselijke drugs op aarde.


Kersten noemt ook Spreuken 31 :


8 Doe uw mond open ten bate van de stomme,

ten behoeve van het recht van allen die wegkwijnen;

9 open uw mond, oordeel rechtvaardig,

verschaf de verdrukte en nooddruftige recht.


Het gaat ook over dat het zoonschap zich niet moet laten misleiden door verderfelijke vrouwen. Het zoonschap moet niet zomaar kracht verlenen aan vleselijke vrouwen. Het zoonschap is gericht op de natuurmoeder. Het gaat dan ook over de ware vrouw, die moeilijk te vinden is.


15 Zij staat op, als het nog nacht is.


20 Haar hand breidt zij uit naar de ellendige,

haar handen strekt zij uit naar de nooddruftige.

21 Zij vreest de sneeuw niet voor haar gezin,

want haar ganse gezin is in rood scharlaken gekleed.

22 Van verfijnde stof en rood purper is haar gewaad.


Ten tijde van de komst van het eeuwig evangelie had ik vaak dromen over buitenaardse bezoekers en doden die het eeuwig evangelie aanhingen en verkondigden, en zij hadden vaak rode kleding aan, wat dus komt uit Spreuken 31. In de vur en verder de gehele tweede bijbel wordt het rode mysterie en het rode pad uitgelegd. Het gaat over het afstand nemen om andere gezichtspunten te krijgen. Het wonder van de vur, het commentaar op de vur, zegt hierover :


‘Als je te snel gaat en te direct, dan kom je onder hoge voltage. Het rode mysterie is het rode tranenglas van de verhalen, van de boeken. Alles komt achter glas, als in een museum. Dit is ook voor onze eigen beveiliging.’ (commentaar 104:3)


Kersten noemt ook psalm 76. In deze psalm moet het vleselijke weer teruggaan in de slaap. Daarom is het beeld van de terugkeer van Klaas Vaak ook zo belangrijk.

zondag 27 – de geestelijke waarheid van de kinderdoop - 1 januari 1970

 

zondag 27 – de geestelijke waarheid van de kinderdoop


Dieren in slachthuizen worden volgepompt met antibiotica en hormonen, gedwongen. Ook mensen worden soms gedwongen lichaamsvreemde stoffen binnen te nemen. Denk aan de tandarts, die net als de slager nog gewoon rustig zijn misdaden op grote schaal kan uitvoeren, omdat het gewoon nog past in en tussen de menselijke systemen. De mens klaagt al vanaf het begin der schepping over het merkteken van het beest wat hem wordt opgelegd, maar laten we dit in balans houden met het omzien naar de dieren, en er zo shamanistisch mee bezig zijn. Snelheidsduivels hebben hier geen tijd voor. Die voeren deze beroepen uit, of klagen slechts over henzelf en zien de grotere verbanden niet. Ben je al aan het vegangeliseren ? Ben je het zendingsbevel al aan het uitvoeren ? Want dat is dus wat de ware doop inhoudt, en zij die geloven en gedoopt zullen zijn zullen behouden worden. Denk niet dat je op je lauweren kunt rusten en dat de wereld om je heen vanzelf wel zal veranderen. Zaai met het goede zaad, anders zal er niets gebeuren. Dat is de boodschap van zondag 26.


Een van de grootste arena’s in de gereformeerde kerk is altijd geweest : Kinderdoop of volwassen doop. Het heeft geleid tot een heleboel hete hoofden en koude harten, grote kerkscheuringen. Ik heb het altijd een interessant onderwerp gevonden, want wat is hier nu daadwerkelijk gaande ? Waarom is dit nu zo’n heet hangijzer, en gilt de mens hierover als een mager speenvarken ? Worden je laatste centjes afgeroofd over dit onderwerp ? Waarom is de mens hierover zo heetgebakerd ?


Uiteindelijk gaat het om het hart, en dit zijn maar beelden. De doop stond in verband met de behoudenis, dus ouders wilden het zekere voor het onzekere nemen, dus lieten het kind dopen. Ook was het een middel om een kind aan God op te dragen. Maar in de context van zondag 26 krijgt het een veel diepere betekenis, namelijk dat het hemelse zoonschap opgenomen wordt door de moeder om door haar te worden onderwezen, en ook door haar wordt uitgezonden. De kinderdoop is dus een oproep tot de zoon om te luisteren. Dat is de ware kinderdoop. Het zendt de zoon uit na het Woord te hebben ontvangen, het waterbad, en leidt de zoon dan hierin. Dus wat is dan de boodschap : Velen die als kind gedoopt zijn hebben de ware hemelse kinderdoop dus nog nooit ontvangen, en mogen hierom vragen en hiervoor open staan. Ben je al als kind gedoopt ? Maar dan moet je wel eerst als een kind worden. Dan moet je wel eerst het zoonschap aannemen en luisteren naar je hemelse moeder, anders zal de kinderdoop nooit kunnen komen. Klaas Schilder roept daarom bij deze zondag op tot zelf onderzoek. Hij wijst daarbij op Romeinen 9 dat alleen door Izaak, de zoon van Abraham dus, er van nageslacht wordt gesproken. Het is niet genoeg om alleen maar nageslacht van Abraham te zijn, want de mens moet ook het zoonschap op zich nemen, om in aanmerking te komen voor die kinderdoop.


Het is iets groots, de geheimenissen van de zondagen, van Heidelberg. Toen ik met zondag 27 van de kinderdoop bezig ging toen was er een aanwezigheid om me heen, en die drukte zo zwaar op me van heiligheid dat ik mijn hoofd wel moest buigen, en mijn schouders, me laag moest houden. Ik durfde niet op te kijken vanwege een hemels licht, wat geen daadwerkelijk licht was, maar een aanwezigheid, als een hemelse leeuw of leeuwin. Het was een groot geheimenis, en het werd steeds zwaarder, en ik boog toen nog dieper voor een paar minuten, terwijl ik niet durfde op te kijken. ‘Dit volk luistert niet. Zij jakkeren en jagen maar voort. Ik heb u geroepen. Sta op, mijn zoon,’ werd er gesproken. Ik kon pas toen weer opstaan. Iedereen is in principe geroepen. Dit is slechts standaard zondag 27, maar velen zijn snelheidsduivels en merken het niet op. Velen nemen niet als Mozes de tijd om de berg te beklimmen, maar bouwen een gouden kalf in het dal.


Voel je het ? De kinderdoop was dus iets geestelijks. Het was een heilig moment, de kinderdoop geherintroduceerd, maar dan op een hemelse manier, een kwartslag gedraaid. Kersten noemt psalm 45, waarin ook staat :


11 Hoor, o dochter, en zie, en neig uw oor,

vergeet uw volk en het huis van uw vader,

12 laat de koning uw schoonheid begeren,

want hij is uw heer; buig u dus voor hem neder.


Kunnen wij alles achter laten voor de hemelse principes ? Wij hoeven niet te buigen voor de geschiedenis, maar voor de diepere, hemelse lessen in de geschiedenis.


Kersten noemt ook psalm 105:6 :


6 gij nakroost van Abraham, zijn knecht,

gij kinderen van Jakob, zijn uitverkorenen.


Jakob kwam tot het zoonschap in zijn worsteling op Pniel, waar hij alles tot krijgsgevangene moest maken, en zelf tot hemels krijgsgevangene moest worden, om zo als een ware zuigeling het hemelse onderwijs binnen te gaan, als een ware kinderdoop. Hij moest buigen tot het leeuwengeheim, de koning van de natuur. De koning is ook de voet in het Grieks, oftewel de geschiedenis. Hoe liefelijk op de bergen zijn de voeten van degene die het goede nieuws draagt. Dat is de geschiedenis, dat is Heidelberg. Heeft de mens geluisterd ? Nee, echt geluisterd ? Nee, de mens was en is een snelheidsduivel. Geen tijd, geen tijd, hoe zeer het me ook spijt. De mens is nog niet tot het geheimenis van de kinderdoop gekomen, het geheimenis van zondag 27. Spanje is een westers Jodendom, ook van de geestelijke wortels losgekapt, want ze laten nog steeds stieren bloeden in hun arena’s om van hun zonden vergeven te worden. Daarom is het zendingsbevel zo belangrijk, de vegangelisatie, de vergeestelijking van deze dingen. Daarvoor moet je als kind gedoopt zijn, laten we eerlijk wezen. Je komt niet ver zonder deze doop. Juist door de vegangelisatie kun je de kinderdoop ontvangen, want het is het zendingsbevel van het zoonschap. Psalm 105 spreekt ook over de shamanistische taak van Jozef :


16 Toen Hij hongersnood opriep over het land

en alle staf des broods verbrak,

17 zond Hij een man voor hen uit:

Jozef werd als slaaf verkocht;

18 men knelde zijn voeten in boeien,

hij kwam in de ijzers

19 tot de tijd, dat zijn woord uitkwam,

de uitspraak des Heren hem in het gelijk stelde.

20 De koning zond heen en liet hem los,

de heerser der volken maakte hem vrij;

21 hij stelde hem tot heer over zijn huis,

tot heerser over al zijn bezit,

22 om zijn vorsten te binden naar zijn goeddunken,

en zijn oudsten leerde hij wijsheid.


Als laatste noemt Kersten ook psalm 22 over de kruiziging :


30 Alle welgedanen der aarde eten en aanbidden;

voor Hem knielen allen die in het stof nederdalen,

en wie zijn ziel niet in leven kan houden.

31 Het nakroost zal Hem dienen,

er zal van de Here verteld worden aan het komende geslacht;

32 zij zullen zijn gerechtigheid verkondigen

aan het volk dat geboren zal worden,

omdat Hij het gedaan heeft.


Alleen door het kruis is er een kinderdoop, en het houdt een grote belofte in. In de psalmen wordt hier rijkelijk van gesproken, en Calvijn heeft er rijkelijk van gesproken, en zo doet de Heidelbergse catechismus. Snelheidsduivels zullen het niet zien, die gaan te snel. De hermitatische synode van 2005, de 17 artikelen van de hermitatische vrijmaking, door God gegeven, riepen niet op tot slechts het ontkrachten van de bijbel en geschriften zoals de Dordtse leerregels, maar tot verdieping en vergeestelijking ervan. Het was dus een oproep om deze geschiedenis geschriften profetisch te benaderen. Ze wezen op de Schrift als ‘een verborgen, geestelijke en symbolische boodschap voor hen die de Heere God waarlijk liefhebben.’ Het Woord moest door de Geest levend gemaakt worden (artikel 3). Hoevelen zijn er wel niet van de gnosis die deze artikelen van Godswege gegeven veracht hebben, op een lager plan hebben gezet, alsof het er niet toe deed, alsof het niet van belang was, en zijn toen op hun door de duivel aangeboden motor gestapt om als snelheidsduivels weg te rijden, de duisternis in ? Zij zijn tot valse volwassenen geworden, en hebben de hemelse, ware kinderdoop veracht. Keer terug tot onze hermitatische grondslagen, zonder welken wij ons werk niet zouden hebben kunnen doen. Na Jozef moest Mozes wel komen, stelt psalm 105 :


23 Toen Israël naar Egypte gekomen was,

en Jakob als vreemdeling vertoefde in het land van Cham,

24 maakte Hij zijn volk zeer vruchtbaar

en machtiger dan zijn tegenstanders.

25 Hij veranderde hun harten, zodat zij zijn volk haatten

en listig handelden tegen zijn knechten.

26 Hij zond Mozes, zijn knecht,

en Aäron, die Hij Zich verkoren had.

27 Zij deden onder hen zijn aangekondigde tekenen

en wonderen in het land van Cham.

28 Hij zond duisternis, maakte het duister;

en zij waren tegen zijn woorden niet weerspannig.

29 Hij veranderde hun wateren in bloed

en deed hun vissen sterven;

30 hun land wemelde van kikvorsen,

zelfs in de kamers van hun koningen.

31 Hij sprak, en er kwamen steekvliegen,

muggen over hun ganse gebied.

32 Hij maakte hun regens tot hagel,

gaf laaiend vuur over hun land;

33 Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom

en verbrak het geboomte in hun gebied.

34 Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen,

verslinders zonder tal;

35 zij aten al het groene kruid in hun land

en aten de vrucht van hun akker.

36 Hij sloeg alle eerstgeborenen in hun land,

de eerstelingen van hun ganse kracht.

37 Hij voerde hen uit met zilver en goud,

en er was in hun stammen niemand die struikelde.

38 Egypte verheugde zich, toen zij uittrokken,

want vrees voor hen was op hen gevallen.

39 Hij breidde een wolk uit tot bedekking,

en vuur om de nacht te verlichten.

40 Zij vroegen, en Hij deed kwakkelen komen,

met brood uit de hemel verzadigde Hij hen.

41 Hij opende de rots, en wateren vloeiden,

zij stroomden door de dorre streken als een rivier;

42 want Hij gedacht aan zijn heilig woord,

aan Abraham, zijn knecht.

43 Hij voerde zijn volk uit met blijdschap,

zijn uitverkorenen met gejubel.

44 Hij gaf hun de landen der volken,

zodat zij de arbeid der natiën beërfden,

45 opdat zij zijn inzettingen zouden onderhouden,

en zijn wetten bewaren. Halleluja.


Door Jozef was de mens van de honger verlost, maar toen ging de mens tot de andere extreem. Daarom moest de honger weer terugkomen, ditmaal een hemelse honger. Mozes leidde het volk daartoe veel verder de wildernis in. De mens moest weer tot zijn eerste liefde teruggaan, want de mens was afgedwaald. Mozes moest de kinderen dopen in de wateren van de woestijn, in de wateren van de wildernis. Zijn wij al tot dit punt gekomen ? Of leven wij nog als vorsten in Egypte, niet wetende dat wij voor de gek worden gehouden en slechts slaven zijn ? Mozes bracht het vegangelie, liet de diepere demonologie zien. Hij bracht het vleesgeworden Woord tot leven.

zondag 26 en de imkers van heidelberg - 1 januari 1970

zondag 26 en de imkers van heidelberg


Goed lezen is een kunst. De mens leest graag over dingen heen. Zo kan dit leiden tot al te hete hoofden en al te koude harten. De mens is een snelheidsduivel. Michael Jackson had in de tachtiger jaren een zware strijd met de snelheidsduivel, waar hij ook een lied over schreef op het Bad album. Ik heb altijd geweten dat het profetisch gezien een van zijn belangrijkste liederen was. Hij spreekt de snelheidsduivel direct aan, en het komt er op neer dat de snelheidsduivel hem opjaagt, hem op de hielen zit. Hij beschrijft de snelheidsduivel als een toekomst duivel, en daarom wil Michael Jackson leven alsof er geen toekomst is, dus preteristisch, in het verleden. Alles is al gebeurd. Telkens weer zegt de snelheidsduivel tegen hem dat hij zijn kaartje in orde moet krijgen. Wat voor kaartje hebben we het dan over ? Eeuwenlang al klaagt de mens over het opgedrongen ‘merkteken van het beest’. Niets nieuws onder de zon. Maar guess wat ? De mens gaat niet aan de slag met dit merkteken, komt de wortels niet onder ogen, herziet het niet, dus het blijft. De mens neemt het onderwijs over het merkteken niet aan, want de mens is geheel volgens de wetten van de snelheidsduivel teveel met de toekomst bezig, de matrix om zich heen, alsof zijn situatie zo uniek is, terwijl Petrus zei dat het de mens niet moest bevreemden zo beproefd te worden, alsof het iets vreemds zou zijn. Voor hen die het hemelse onderwijs niet navolgen en van de geschiedenis niet leren is het zeker iets vreemd.


Zondag 26 draagt een groot geheimenis over de ware betekenis van de doop.


Vraag 71: Waar heeft Christus ons beloofd, dat Hij ons even zeker met zijn bloed en Geest wil wassen, als wij met het doopwater gewassen worden?
Antwoord: Bij de instelling van de doop, die aldus luidt: Gaat heen, onderwijst alle volken en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Matt. 28:19. En: Wie geloven zal en gedoopt zal worden, die zal zalig worden. Maar wie niet geloven zal, die zal veroordeeld worden, Marc. 16:16. Deze belofte wordt herhaald waar de Schrift de doop het bad der wedergeboorte en de afwassing van de zonden noemt.


Hele christelijke taal, maar wat betekent het ? Je kan niet eeuwig overstuur blijven over het merkteken van het beest, maar moet het vervormen, hervormen, reformeren. De doop wordt hier onlosmakelijk genoemd met het onderwijs. Alleen het hemels onderwijs, wat wij ook door moeten geven aan anderen, zal ons dopen. Dat is dus een geestelijke doop, dus een ritueel zou dat alleen maar kunnen verbeelden maar niet kunnen vervangen. De doop kwam in de plaats van de besnijdenis, als een onbloedig sacrament na een bloedig sacrament, maar het wil wel zeggen dat het hemels onderwijs daardoor besnijdend is. 


De ware doop is dus gewoon het waterbad van het hemelse woord, oftewel het hemelse onderwijs door je heen laten stromen, en niet zomaar oppotten voor je zelf, want er ligt dus een zendingsbevel onlosmakelijk verbonden aan de doop. Je kunt dus alleen waarlijk gedoopt worden als je ook anderen doopt. Zo mag de hemelse doop in je groeien.


Hoe kom je van de snelheidsduivel af ? Zoals Michael Jackson het zong moeten we leven alsof er geen morgen is, geen toekomst. M.a.w. Verleden, heden en toekomst moeten met elkaar in balans komen, en men moet niet over de limieten gaan, de dagelijkse limieten. De mens neemt veel te veel toekomst tot zich, en veracht het verleden. Dichters zijn ervoor om de momenten en herinneringen gevangen te nemen en ze te veranderen, ook te ontmaskeren. Zij zijn dus duidelijk preteristisch. Werken in de mijnen van het verleden. De rest is illusie. Er is geen makkelijke ontsnapping tot de verloren geschiedenis. De wachters van Heidelberg jagen op de mens, als snelheidsduivels, en je kaartje moet in orde zijn. Ontsnap via de vijftiger jaren dieper het verleden in, want de vijftiger jaren waren de jaren van wederopbouw na nazi Duitsland. Dan moet er gegaan worden tot de diepere wortels van Duitsland, tot Heidelberg dus. Laat de vijftiger jaren diep tot je doordringen en doe onderzoek in de vijftiger jaren, want er is geen snelle tunnel tot de jaren 1500. En om tot de vijftiger jaren te komen : Graaf gangen door de zestiger jaren. En om daar te komen kun je de zeventiger en tachtiger jaren gebruiken. Kom los van de valse toekomst en het valse nu, van de massa matrix media en zijn wachters. Afkicken van de nu-drugs en de toekomst-drugs, van overmatig heden en toekomst, van geschiedenis-verachting, want juist die drugs houdt een mens vast in de matrix. Er is dus een hoger en een lager Heidelberg.


Ook tot Heidelberg ging de rattenvanger, met grote beloftes, om kinderen te roven. Repelsteeltje beloofde hen goud, maakte stro tot goud, maar in ruil voor de kinderen. En hij leidde hen tot de fokkerijen van het lagere Heidelberg. 


Dus ga bezig met de geschiedenis cellen, als in een bijenkorf, en laat je niet voor de gek houden alsof er nog dingen bijkomen, want er kunnen alleen nog maar dingen uitkomen, uitgehaald worden, als honing. De mens moet dichterlijk aan de slag met de geschiedenis cellen, en niet misleid worden door de snelheids duivels van een valse toekomst. Bouw geen zandkastelen en luchtkastelen, want de zee zal alles wegspoelen. Dichterlijk of overdramatisch ? De hemel heeft genoeg aan zijn eigen hemelse drama. Dat is de drama van het kruis, geen wereldse drama van het vlees. Het vlees is een overmatige drama maker, een echte zeurkous, die het dichterlijke veracht, die het hemels onderwijs veracht en op een lager plan zet, want hij laat zich leiden door aardse, verdichte media van snelheidsduivels, een media motorbende.


Hoe wordt je een bewoner van Heidelberg ? Ook door als een imker in de imkerijen van Heidelberg te werken, en daar zijn voorschriften voor. Naast het werken in de Heidelbergse mijnen en op de Heidelbergse wijngaarden zijn er dus Heidelbergse imkerijen, om los te komen van de snelheidsduivels van het modernisme, het lagere Heidelberg, met hun foto-ziektes en goudkoortsen, als volgelingen van Repelsteeltje. Elk geroofd kind wordt direct op de foto gezet, hele foto albums komen ervan, en het kind wordt verafgood om het in slaap te sussen, alsof er niks aan de hand is. Het kind wordt gegroomed.


Zondag 26 zegt dan :


Vraag 69: Hoe wordt u in de heilige doop eraan herinnerd en ervan verzekerd, dat het enige offer van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
Antwoord: Op deze wijze, dat Christus dit uiterlijk waterbad heeft ingesteld en daarbij heeft beloofd, dat ik even zeker met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden gereinigd ben, als ik uiterlijk met het water, dat de onreinheid van het lichaam pleegt weg te nemen, gewassen ben.


En natuurlijk ligt daar het waterbad van de geschiedenis, want daar ligt het hemelse Woord verborgen. Het is al gegeven. Het zijn imker geheimen.


Vraag 70: Wat betekent dit: met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn?
Antwoord: Het wil zeggen, van God – uit genade – vergeving van zonden te hebben omwille van het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft. Verder ook door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer aan de zonden afsterven en een godzalig en onberispelijk leven leiden.


Als we het dus over de Heilige Geest hebben, dan hebben we het over de vergeestelijking, niet als afgod. We hebben het over wat de indianen de Grote Geest noemen, over innemenheid, de koestering van het verleden, de dankbaarheid, en dat kan alleen door Heidelbergse dichterlijkheid, niet door modern dramatisme en zeurkouserij. Zondag 26 gaat ook over het offer. Er moeten zeker offers gebracht worden tot de geschiedenis. De mens heeft heel wat goed te maken, en kan het allemaal niet zo laten liggen zoals het is. Doop en kruis zijn dus aan elkaar verbonden, als Woord en Kruis, geschiedenis en kruis. Wat voor kruis houdt je over als je dat gaat lopen wegkappen ? Een gouden new age kruis. Repelsteeltje heeft zijn eigen kruis. Ook de media motorbendes hebben hun kruis. Het is een clankruis. Het is hun merkteken. Trouwe volgelingen ontvangen het, die het ook getrouw doorgeven in het roddel netwerk. 


Als je in Heidelberg baadt, in de natuurwateren, in natuurrivier en natuurmeer, of in de zee, dan ga je terug de geschiedenis in, als een ware goede herder, om het goed te maken. Dat is wat de ware hemelse doop is. En dit is niet los van het kruis. Het is ook niet los van het Woord, niet los van het hemels onderwijs. Ook Klaas Schilder hamert op deze verbanden in zijn bespreking van zondag 26. Kersten stelt dat zo de mens tot zelfkennis komt en de taal van het geloof van de bruidkerk leert te verstaan om zo te zeggen : ‘Ik ben zwart, doch lieflijk (gij dochteren van Jeruzalem) gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo. De mens is hemels vuil geworden van de moeder aarde, van de moeder geschiedenis, van haar oer en orion, en is zo rein en liefelijk geworden. Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van degene die hemels nieuws brengt. Zij zijn op de bergen, in de natuur, in de aarde, niet feestend in de stad. Zij zijn teruggegaan in de geschiedenis. En de doop is een verzegelende macht. Er komt water tussen ons en God, als een middelaar. Er komt aarde tussen ons en God, en dat is maar goed ook, want niemand kan God zien en leven. Laten we blij zijn met deze bedekkingen, met de gordijnen van Salomo. Als imker heb je ook een speciaal pak nodig, anders wordt je door de bijen verslonden. Kersten waarschuwt voor hen die ‘geen leer, maar leven’ willen. Zij willen alles doen en bewerken door hun eigen vleselijkheid, hun eigen vleselijke inspanning en oefening. De farizeer is vreemd van de ware heiligmaking, stelt Kersten. Ze stellen ook allemaal eisen die onmogelijk te vervullen zijn. ‘Zonder Mij kunt gij niets doen’ is een principe wat de mens leert in de wijngaard. Dat is iets wat je moet leren verstaan door de Heilige Geest, stelt Kersten. Dan gaat de mens zien hoe zondig, arm en ellendig hij is, maar tegelijkertijd rijker, heiliger en gelukzaliger, stelt Kersten. Weer is er die tweedeling. Het is belangrijk dit te beseffen. Anders loop je in een waanwereld. Als Kersten dan zegt : ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam des doods,’ dan is dat iets wat niet in new age groepen of door de media gepredikt wordt. Hij wijst op de boetvaardigheid van David in psalm 51 bij de bespreking van deze zondag. De snelheidsduivel zal het daar nooit over hebben, want het remt af. Daarom heeft de snelheidsduivel het ook niet over de armen en de dieren in de holocaust, want het remt af. Geschiedenis remt af. Het kruis remt af. Het wordt door de snelheidsduivel systematisch afgewimpeld, veracht en gehaat. Het wordt weggewoven. Het is een gimmick. Snelheidsduivels zijn nog wel erger dan leprechauns, en velen leven op het niveau van de snelheidsduivel in dit tijdperk. Dan worden er vieze gezichten getrokken van ‘Ehhh, dat lus ik niet.’ Verwende kindertjes, snelheidsduivels. Als alcohol hiaten in het brein, skippend door de hemelse albums. ‘Het is niet echt mijn ding,’ zeggen ze dan. En dan zetten ze hun eigen snelheidsduivelse liedjes op, en dan kan het vlees zichzelf weer in slaap sussen. Het geweten wordt diep weggedrukt, vermoord. Het is een grote misdaad. Sluw vegen ze dan ook nog de mond af en zeggen : ‘Ik heb niks gedaan.’ 


De mens ziet niet hoe ellendig ze is. Kersten waarschuwt dat we niet moeten sterven zoals we geboren zijn. Daarom moet de mens bezocht worden met de roe en bittere tegenheden, opdat de heiligheid deelachtig wordt gemaakt, stelt Kersten. Daarom moeten ook al onze krachten verbroken worden, opdat we zoals Jakob op Pniel kreupel zullen heengaan, stelt Kersten, want ware hemelse kracht wordt volbracht in zwakheid. Dat is het cosmische spasme van de oordeelsprofeten. Dat oordeel gaat allereerst over hun eigen vlees. Oordeelsprofeten zijn dus geen krachtpatsers, rambo’s en andere supermannen, maar gekruisigde wilden, met ingewikkelde trauma’s, met sociale stoornissen. Het zijn geen allesweters die van alle markten thuis zijn. Ze moesten volkomen mens worden, want het Woord moest vlees worden. Het is geen voor de hand liggende weg. God’s wegen zijn ondoorgrondelijk.


Dan moet er een balans komen tussen verleden en toekomst. De snelheidsduivel strijdt tegen deze balans. De mens moet aan deze balans werken in de mijnen, wijngaarden en imkerijen van Heidelberg. De mens moet tot de natuur van Heidelberg gaan, de bossen, om daar naar zijn weerspiegeling te kijken in de bosrivier om zo zijn geuzen zelf te zien. Dan vindt het wonder van de 80-er jaren plaats, een van de machtigste momenten in de muziek, in 1987, dat de snelheidsduivel een kwartslag wordt gedraaid, zoals in het het gelijknamige lied van Michael Jackson, waarin er dan een hele subtiele toonsverhoging plaatsvindt die het lied een hele andere lading geeft. Er wordt daar dus een portaal geopend, net zoals hij dit doet in het metro station in de Bad clip als hij een confrontatie heeft met gangsters. Hij rukt dan iets open.


De balans tussen verleden en toekomst, de snelheidsduivel vindt het maar niks. Dan raast hij weg op zijn brommertje. Waar naartoe ? Dat zullen we misschien gaan zien in een volgende aflevering. We zijn nog lang niet klaar. De tocht terug naar Heidelberg is nog maar net begonnen. De snelheidsduivel is een heel min mannetje. Alle wachters van Heidelberg zijn snelheidsduivels, minne mannetjes. Het zijn afleiders, om de tuin leiders. Het zijn de lieden van ‘foutje bedankt’ en ‘wir haben es nicht gewust’. Het zijn immers snelheidsduivels, en als ze over de kop vliegen dan zijn ze er geweest. Verwacht er niet teveel van, maar onderschat ze ook niet.


Hoe word je een inwoner van Heidelberg ? Het is iets tussen jou en moeder Heidelberg, tussen jou en moeder geschiedenis. Als je de geschiedenis lessen op de Heidelbergse school niet volgt of veracht, op een lager plan zet, inclusief bijbel onderwijs, dan kom je niet binnen. Marcus 16 zegt : ‘Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden.’ Dit is iets zinnebeeldigs dus. Helaas hebben de snelheidsduivels dit verletterlijkt, maar in de vergeestelijking is het dus wel degelijk belangrijk en waar. 

zondag 22-23 – een donderende preek - 1 januari 1970

zondag 22-23 – een donderende preek


Een nieuwe wereldwijde afval is gekomen, dat mensen zich massaal overgeven aan de new age en andere over-liberale stromingen die opkomen voor de menselijke eigengerechtigheid, tot de ontwaking van het vleselijke. Mensen weten het verschil niet eens meer tussen het vleselijke en het geestelijke. Tijd dus om even wat begrippen op een rijtje te zetten. Het is een groot alarm. De new age verklonterd zich steeds meer en meer tot zorgwekkende substanties, geboorte gevend aan de ene na de andere gruwel. Dit is een strijd die alleen in Heidelberg uitgevochten kan worden, dus daarom in het kader van de zondagen.


New age engelen onthouden hun wapenen van bloed, maar lopen rond met hun moderne machinetjes in het mobiele tijdperk, en gaan daar helemaal in op. Ze kunnen het ook niet meer oppikken want ze zijn teveel verslaafd geworden aan de sociale media.


De zondies, heidelbergse zombies, zijn tot u gekomen, wetende dat hun tijd kort is. Zij zijn vervleselijkingen van de zondagen, allemaal in dienst van mammon. Het zijn vernietigingen van de zondagen waarin elk spoor tot Heidelberg vernietigd wordt, en zo ook elk spoor tot Israel, Egypte, de voortijden, het oer en Orion, want die bevinden zich immers achter Heidelbergse voorhangselen. Tijd dus voor een donderende preek.


zondag 22
Vraag 57: Welke troost biedt u de opstanding van het vlees?
Antwoord: Dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot Christus, haar Hoofd, opgenomen zal worden, maar dat ook mijn lichaam door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkte lichaam van Christus gelijkvormig zal worden.
Vraag 58: Welke troost put u uit het artikel over het eeuwige leven?
Antwoord: Dat ik, aangezien ik reeds nu in mijn hart het begin van de eeuwige vreugde gevoel, na dit leven de volkomen zaligheid zal bezitten, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en die in geen mensenhart is opgekomen, om God daarin eeuwig te prijzen.


Er ligt een brug tussen lichaam en ziel, wat het kruis is. Dit houdt ook in dat de ziel het lichaam, het vlees, moest worden, op verschillende manieren. Dit houdt in dat de ziel zich in vele aardse talen moest leren uitdrukken, geheel mens moest worden dus, wat ook het diepere ‘spreken in nieuwe talen’ inhoudt. Zo komt men ook tot de hogere vormen van hemels vlees, waar de orionse monniken koren over zingen. Er moet vlees gezaaid worden, en er moet vlees opgewekt worden.


Waarom is religie zo belangrijk ? Omdat de mens die tweedeling in zichzelf moet vinden en houden om zo onderworpen te blijven aan hogere principes, vanwege de bedriegelijkheid van het zelf. Zo niet dan kom je in eenheidsdenken en new age terecht. Telkens zien wij weer waar mensen bevrijd worden van religie door de gnosis dat ze terecht komen in liberaal vrijheidsdenken en zo van de ene materialistische valstrik vallen in de andere, van de ene naar de andere stad gaan. Dat is niet de natuur. Zo heeft de gnosis het niet bedoeld. Dit is een wereldwijd, universeel probleem, dat mensen de gnosis misbruiken, voor hun karretje spannen. Dat de westerse bijbel levensgevaarlijk is is een feit, en dat de mens door seizoenen moet gaan om ervan los te komen is ook waar, maar wie de vijand niet kent, en zich ook niet bezig houdt met slachtoffer hulp, wordt zelf een heel gemakkelijk doelwit van de vijand. Wat houdt de vijand allemaal verborgen ? De mens probeert de holocaust te vergeten en vergeet zo ook dat er nog een heleboel slachtoffers in de holocaust zijn. De mens is aan de new age drugs. Het zijn snelheidsduivels die de mens in de greep houden. Laten we eerlijk zijn : in de gnosis moet je juist de bijbel beter kennen dan de westerse christenen. Als je aan de andere kant terecht bent gekomen waarin je dat allemaal niet meer zo nauw neemt, omdat je graag op joyrides gaat, dan mag je je afvragen of je nog wel in de gnosis bent. Zowel westerse, moderne christenen als westerse, moderne gnosis-new agers zijn materialisten die door het vlees leven en moederhulp hebben verzaakt. Zij eren hun geestelijke moeders niet die hen roepen vanuit de geschiedenis. ‘Oh ja, wij zijn verlost. We gaan niet meer terug. Wat hebben we daar nog te zoeken,’ denkt de vrijgevochten dienstweigeraar. Nee, je hoeft niet meer terug naar waar je geweest was, maar je moet wel het verdiepen. Het Woord is immers vlees geworden. Er is een brug tussen lichaam en ziel die het kruis is, zegt zondag 22. Je bent vrijgezet om vrij te zetten, maar zoals velen die Jezus genas zag hij nooit meer terug. De westerse Jezus is inderdaad levensgevaarlijk, maar het Jezus principe mag verder uitgewerkt worden. Het Woord werd vlees. De mens moet vlees worden, net zoals het Woord. Het is een vuil karwei maar dat kun je niet op iemand anders schuiven. Egoisme is de draagmoeder van de hedendaagse mens. 


Zondag 22 komt tegen die mens, waarschuwt die mens, en kondigt het oordeel aan. Zondag 22 overtuigt de mens van zonde. Dat is een natuurkracht. Zij herbergt het geheimenis en mysterie van het hart in haar binnenste, maar wie zal hiertoe ingewijd worden ? Of je nu een westerse christen bent of van de new age gnosis maakt geen verschil als je niet vanuit je hart leeft. Dan is de rest allemaal slechts een vermomming. Een mens kan aan beide kanten van het schaakbord zeer vroom en schijnheilig zijn. Kijk om je heen hoevelen de gnosis proberen te verkopen, de gnosis aantrekkelijk maken door af te doen van het profetische woord, door de mens naar de mond te praten dus, het hapklaar te maken. Het kruis wordt niet gepredikt. De geschiedenis wordt niet gepredikt, geen oorlogsbevelen gegeven. Er wordt geen strategie op tafel gelegd. De vergetenen blijven de vergetenen. De verlorenen blijven de verlorenen. Men heeft immers het geweten afgekocht. Men blijft voortjakkeren, maar het oordeel van de zondagen zal komen. 


Voldoe aan de voorwaarden, dat is ook de boodschap van de aarde, wat ergens naartoe wijst. Maar de mens voldoet niet aan de voorwaarden, neemt de checklist niet door. Zo leven zij in wanen. Men heeft zich in de gnosis niet aan de gebruiksaanwijzing van het ‘zelf’ gehouden. Ze hoorden het woordje ‘zelf’ en renden ermee weg, niet wetende wat het betekende, en ook deden ze de moeite niet om het in de context te plaatsen door te luisteren en te leren. Het ‘zelf’ moet altijd staan ‘in verhouding tot’, want uiteindelijk gaat het ‘zelf’ niet om het eigene maar het principiele, het ethische, en daarom moet de mens de hogere ethiek wel leren, anders is het een joyride zelf, het lagere egoistische zelf, die een truukje doet. Daarom blijft religie belangrijk als symbool. Het Woord moet dus wel vlees worden. 


New age gnosisers kennen de bijbel niet beter dan westerse christenen, kennen de heidelbergse catechismus niet, de dordtse leerregels niet, de kerkgeschiedenis niet, kennen dus de vijand niet, en ook niet wat de vijand achterhoudt. Ze zijn liberaal, zoals de VVD, minder belasting. Het kunnen goede mensen zijn met goede principes over het algemeen, maar ik heb ook veel het ‘minderen op empathie’ gezien onder VVD-ers en groot opportunisme op allerlei gebied. Het kan per persoon verschillen, maar dit is even een voorbeeld. Zomaar van de geestelijke VVD zijn, daar redt een mens het niet mee. Helaas. Sorry. VVD new agers kunnen fijne mensen zijn, maar ze leven vaak er gewoon langsheen. Dat moet gewoon even gezegd worden. Ik groeide op met zg. VVD-ooms dus ik kan het weten. Leuke mensen, goede humor, vrijgevochten, maar met een poep en een scheet alles wegkakken, en maar aan lopen jakkeren op de snelwegen. Grote auto’s, grote monden, wegglijdende, wellustige ogen, snel afgeleid, makkelijk te beinvloeden. Grote posters van de VVD, veel vrije dagen, je komt er er niet mee. Er moet veel meer gebeuren. De nostalgie is weggekakt. Het zijn vette katers in een waanwerkelijkheid. Alles snel ontladen. Ja, het waren ook prachtmensen in hun eigen recht, maar half half, de kantjes er vanaf lopen. 


Zondag 23 vraagt dan om een terugkeer, terug naar de basis, los van de stijfkoppige eigengerechtigheid, het waan-ik.


zondag 23
Vraag 59: Maar wat baat het u nu dat u dit alles gelooft?
Antwoord: Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van
het eeuwige leven.


Vraag 60: Hoe bent u rechtvaardig voor God?
Antwoord: Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus. Al klaagt mijn geweten mij aan dat ik tegen al de geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en nog steeds tot alle kwaad geneigd ben, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, uit louter genade, de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. En Hij rekent mij die toe als zou ik nooit zonde hebben gehad of gedaan, ja als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, voor zover ik deze weldaad met een gelovig hart aanneem.


Vraag 61: Waarom zegt u dat u alleen door het geloof rechtvaardig bent?
Antwoord: Niet omdat ik vanwege de waarde van mijn geloof God welgevallig ben, maar omdat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God uitmaken, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof kan aannemen en mij toe-eigenen. 


Ken je deze taal, of raak je hiervan overstuur ? Wij hebben de vertaal sleutel tot deze passages al veel gegeven. Deze passages zijn allang door de recyclocratie heengegaan. In de gnosis heeft het een hele andere betekenis dan in de westerse wereld, omdat we de grondteksten ervan hebben laten zien, in de bijbel. Het komt uit Israel, uit Egypte, uit Orion. Ken je die taal ? Wat betekent het dan ? Ga je lopen grienen of miauwen als een linkse of rechtse ? Er is geen strijd tussen oost en west, kapitalisme en communisme, maar tussen educatie en propaganda, zei Martin Buber. Er is ook geen strijd tussen links en rechts, of tussen christelijk en niet-christelijk. Daar gaat het helemaal niet om. Het is een strijd tussen hart en hoofdkennis. Op dat slagveld worden de grenslijnen en scheidingslijnen getrokken. Er moet een principiele bron zijn waaruit de mens put, en dat wordt beschreven in zondag 23 en dat is in het westen door misvertaling uit z’n verband gerukt. Het komt er op neer dat de tweedeling in de mens dus moet blijven, anders is die hemelse orde er niet meer. Dan zou alles zich op een punt gaan ophopen. Hoe je het noemt maakt dan niet uit, de taal op zich maakt dan niet uit, maar wat je ermee bedoelt.


De gnosis wordt niet verkocht, maar de mens leest nu eenmaal graag populaire boeken van rijke mensen met grote reikwijdte, want dat spreekt tot het vlees. Zo is niet alleen het Woord vlees geworden, maar is het Woord ook omgebracht, afgeknald. Er is geen natuur meer. De mens kan niet meer ademen. Dit zijn allemaal vlees parasieten. ‘Oh, maar ik eet geen vlees meer,’ is een vlieger die niet opgaat, want vlees parasieten kunnen zich ook anders uiten, en kunnen zich camoufleren, hebben duizenden vermommingen en vermommingsstrategieen. Maar de mens is de gnosis ook niet waard. Er zijn velen geroepen maar weinigen zullen door de smalle poort gaan. Velen zoeken het, maar weinigen zullen het vinden. Dat is een hele tragische boodschap die ook in de gnosis te vinden is. De parasiet komt van nergens en gaat naar nergens, keert ook weer terug tot het nergens, als een zucht. Er is dus een zekere uitverkiezing, maar die gaat in de gnosis heel anders. 


Dus wat wil die geloofstaal ons zeggen, zondag 23 ?


Dat het niet het zelf ‘op zichzelf’ is maar het zelf onderworpen aan hogere principes, dus in de context die de new age heeft lopen wegwuiven door allerlei geestesdrugs. ‘Hier en nu’ is zo’n gevaarlijke drugs, en ‘toekomst’, om maar eens wat voorbeelden te noemen. En daar wordt allemaal over gedobbeld, en de natuur moeders van de geschiedenis, de voortijden, het oer en orion worden vergeten. Dit is misdaad en misbruik, gedaan door dienstweigeraars, piraten, zondies. Ze zijn nog steeds in de oude kerken, maar verblind en verdwaasd. Nooit ontsnapt maar losgekocht door een bepaalde drugs. Ze zitten nog steeds vast. Hebben het ene goedje slechts verruild voor het andere goedje.


De tweedeling van de mens, maar het vlees gooit alles op een hoop. Lees de prins van orion geschriften er op na om te zien hoe gevaarlijk dat is. Dat is het grote new age gevaar waar we al tijden voor waarschuwen, dat ze het zoonschap uit het programma willen halen. God is nu een grote bloedworst, want dat ben je zelf ook, en zo is er ook geen zoonschap meer. Het ontbreekt het totaal aan nuance, en het natuurpad daartoe is geasfalteerd door de new age. Het is allemaal romeins, niet meer germaans. Men spreekt het voor de hand liggende, het conforme, terwijl het wilde, gesproken door verwilderde profeten, niet meer wordt gehoord. Alle klanken zijn hol en modern geworden, met een overmaat aan verziekte technologie, zo technologisch dat de stem van de natuur niet meer wordt gehoord. Hoera, de geschiedenis is dichtgegooid. Het is er niet meer. Maar guess what ?


Het kost je alles, echt alles. Maar de mens heeft teveel excuses, schuift de varkensneus weg. Wat baadt al die aardse informatie je die je kan opkopen ? Helemaal niets, en het schaadt de ziel. De duivel is op jacht. Onderschat hem niet. Kersten wijst op de tollenaar die van de Romeinse onderdrukkers een tol heeft gepacht en met woeker de betaalde som terugeist en zo zijn eigen volk afperst. Het zijn landverraders, stelt Kersten. Zo zijn vele mensen vandaag de dag op hetzelfde niveau bezig als de tollenaar en zijn nog steeds in dienst bij de romeinen. Dat is het moderne fundament van de samenleving, tot de goden van vleselijk materialisme en hedonisme. Alles is zo ingedut. Er is geen ware bewondering meer, maar slechts bedondering, als een sleur. De tollenaar is een zondie, van de romeinse erfenis. Romeinen, koud en hard, de empathie verloren in zelfzuchtige drogredeneringen. Het is een filosofie op zichzelf geworden, met hiaten door de alcohol. Het schuift overal langs, maar raakt niet aan. Het zijn snelle vitesses van het gouden kalf, van de heidelbergse ferrari’s. Het zijn zondies die hun eigen Heidelberg hebben gemaakt, hun eigen waanzondagen, ter ere van het gouden kalf, de dikke mercedes. Het zijn zondies die om rolce royces heendansen, en daar helemaal bloeddronken en bloedgeil van worden. Daarom wordt hun offer niet aanvaard, ook al snijden ze zichzelf helemaal kapot.


Psalm 16:4 zegt : Ze dingen naar de gunst van een andere god; ik zal hun plengoffers van bloed niet plengen, zelfs hun namen op mijn lippen niet nemen.


Kersten stelt terecht dat het ware geloof niet alleen maar een zeker weten is of kennis maar ook een zekere relatie, een verhouding, dus dat vereist ook communicatie, maar wij mogen in die zin de tweedeling in onszelf, niet opgeven. Zonder het zoonschap komen we er niet. Er moet geboorte zijn, uitgebeeld door de metaforen daartoe. Dit wordt bewerkt door de vergeestelijkingen. Kersten noemt dit overigens het geloof van de uitverkorenen, wat ook genoemd wordt in Titus 1:1. Er is dus hemels geloof en vals geloof. Het is een gevaarlijk woord wat vaak misbruikt wordt, en waar je niet voorzichtig genoeg mee kunt zijn. Daarom moet je weten wat het is, tot de juiste definitie komen in de juiste verhouding. Geloof mag profetie nooit vervangen. Geloof mag liefde, empathie, nooit vervangen. Geloof is onderworpen aan een heleboel principes. Zonder die principes is geloof een wild vraatzuchtig, ongetemd varken. Pas op met dat beest. Het is op hetzelfde niveau als het new age geloof in de media, wat allemaal voor de verkoop is, allemaal reclame voor het aardse, om de mens te binden.


Het gaat niet zomaar om geloof. Kersten noemt op dat Christus vergadert door Geest en Woord, oftewel door de vergeestelijking en de educatie, het hemelse woord, niet zomaar door geloof. Een technicus dient zijn apparaten te kennen, hoe die werken. Geloof je ogen niet wat je allemaal om je heen ziet. Je ogen en oren worden bedrogen. Dit is het terrein buiten het paradijs. Het terrein van de trickster. Kus de prins en vindt je kikker, zong een zanger eens in de tachtiger jaren. Het vlees laat zich graag bedriegen door al die schijnwerkelijkheden. ‘Ja, maar hij ziet er zo goed uit in pak.’ So what ? Het is het vlees ! 


‘Ja, maar die auto rijdt zo fijntjes. Ik kan hem toch niet wegdoen. Heb er zoveel voor betaald.’ 


En dat is het vaak. Ze hebben er al een deal mee gesloten. Het laat niet zomaar meer los, en ze worden door die geesten verwend en bedreigt, en je moet het allemaal leuk en mooi vinden. Je bent verkracht en in een stockholm syndroom. Laten we er even heel eerlijk over zijn. Voor de vleselijke is het vlees altijd mooi en leuk, want dat past bij hem, krijgt hij een goed gevoel bij, spreekt tot zijn zintuigen. Maar door het vleselijke leven te behouden verlies je je ziel en de hemelse zintuigen, meer en meer. Dat zijn de demente waanwerkelijkheden. De mens houdt van zulke gimmicks. Wordt goed verkocht, iedereen doet het, iedereen zegt het, makkelijk toch ? Zeg ik het ook. De weg van de minste weerstand. Maar wat heb je dan ? Wat ben je dan ? Wat verwacht je daar verder van in de toekomst, als je als een dwaas je huis op zand bouwt ? En dan maar spotten met de Noachen die tegen de stromingen en trends in hun arken bouwen ? Ze minachten en verachten ? Schoppen tegen Mozes in de woestijn omdat hij je niet naar de mond spreekt ? Je schopt slechts tegen een steen. Het oordeel is allang geweest, en ook het eeuwig leven. Alles is al opgetekend in de boeken. Hierom werd Jezus gekruisigd. Niets nieuws onder de zon. Door zijn eigen volk nog wel. En zijn discipelen sliepen. Wie dit sprookje nu nog niet begrijpt … Tweeduizend jaar hebben ze daar over moeten doen, en nu weten ze het nog niet. Ze begrijpen er nog steeds niks van, want hun vlees staat hen in de weg. En het vlees draait alles om. 


Kersten sprak over de tijdgelovigen. Zij zaaien op de steenrotsen, niet op de akkers. Ze ontvangen het Woord met vreugde op het moment dat ze het horen, maar het mag niet wortelen. Ze doen er verder niets mee, want in de tijd van verzoeking haken ze af. Het zijn slechts tijdelijke gelovers. (Lukas 8:13) Hij wijst ook op degenen die denken de gave door geld te kopen. Er zijn mensen die een hele bibliotheek aan spirituele boeken kopen en beroemde sprekers overmatig vereren, en de gnosis die niet verkocht wordt, niet bekend is en niet populair, verachten. Ze denken door geld de gave te kunnen kopen, en willen er niet de lange natuurweg voor gaan om de zuivere authentieke, shamaanse gave te ontvangen en te doen laten groeien in zichzelf. Petrus bestrafte zulke mensen. Zij zijn in principe ook gewoon een soort tollenaren. Ze werken samen met de romeinen. Stoere macho mannen of snelle vitesse mannen zonder daadwerkelijke gevoelige snaren. Het is een strijd tussen de elven en de trollen. Stoer en vlot verkoopt. Het dringt zich namelijk op, maakt veel reclame, lekker makkelijk. Het zijn verkoop truukjes van tollenaren voor het romeinse bewind, lekker zaaien op de rotsen, mensen en informatie als sigaretjes gebruiken, als drugs, lekker geloven, en het komt in orde terwijl je wacht en niets doet. Druk op de knop. Hupsa. Stoer he, zo’n laf machinetje. Slaat allerlei dingen over. Het zijn platte gimmicks, boeren geluk. Ze worden alleen heel snel oud. Het verveelt ook. Maar dan geven ze het wel even een ander tintje, even een nieuwe trend opgooien. 


Kersten wijst op Petrus die het bestrafte, de gave kopen voor geld. ‘Gij hebt geen deel noch lot in het Woord, want uw hart is niet recht voor God.’


Trots is iets lelijks, maar het vlees vindt het maar mooi. Hebzucht, gebrek aan empathie, is iets lelijks, maar het vlees vindt het stoer, snel. Stoer krijgt dingen snel voor elkaar, allemaal bedrog, want het vergeet het kruis, vergeet de rest, denkt alleen aan zichzelf en zijn dierbaren, kijkt niet verder dan de neus lang is, is altijd hyper selectief, ziekelijk zelfs, denkt niet in contexten. Lekker hard rijden met de ambulance voor de verzekerden, maar als een kind in Afrika doodhongert zijn de ambulances er niet. Ze zijn namelijk niet ingeschreven. Spaart u ook zegeltjes ?


In Christus rechtvaardig dat wil zeggen dat er hogere principes nodig zijn, een hogere ethiek, waardoor de hemelse zintuigen komen, zich weer gaan openen, en bloeien. Maar die zogenaamde stoere mannen en vitesses verkopen bloemen, kappen ze af. De strijd tussen elven en trollen, en daartussen is een groot grijs vlak. Jezus kwam ook voor die mensen. Jezus kwam zelfs voor de trollen. Het is een sprookje. Begrijp je het ?


‘Ja, maar ik heb liever niet dat u het woord Jezus noemt. Ik wordt daar een beetje misselijk van.’


Pardon ? Het Woord moest vlees worden. Het Woord moest zich uitdrukken in aardse talen, voor de recyclocratie, de opstanding tot het hemelse vlees, dus je ontkomt er niet aan. Als je de voorhangsels niet wil kennen, dan zul je de tent ook niet binnenkomen. Waarom moest het Woord vlees worden ? Om zich te beschermen tegen parasieten. Het Woord is beveiligd, werpt haar parels niet voor de zwijnen. Maar wat is het verschil tussen het Woord, de parels en de zwijnen ? De mensen weten het verschil niet eens. Jezus is zowel een jachtmiddel van de amazones, als een middel van inwijding. Ja, zoek dat maar uit. Ken het verschil maar. Het is de steen des aanstoots. Goedzo. Knal je kop er maar tegenaan. Laat het je brein maar breken. Maar zorg dat je erachter komt hoe dat werkt, anders heb je gewoon niet geleefd. Niets komt zomaar. Alles heeft een bedoeling.


Ze willen niet van Jezus horen omdat ze het kruis haten. Ik heb zelf ook tijden gehad dat ik niet over Jezus sprak vanwege de algehele bejezusing en jezusinatie, jezusocutie en jezussimilatie die gaande is, als een totaal bizarre jezusocratie, maar je kunt ook andere woorden gebruiken om die principes aan te tonen, zoals de man aan het kruis, moeder natuur, en ga zo maar door. Wanneer iemand begint te klagen dat ik het woordje Jezus niet meer noem, terwijl ik het er vaak met ze over gehad heb, dan ga ik doelbewust het woord Jezus helemaal niet meer noemen, of slacht ik hun gehele afgod af, want het IS een afgod, maar het Woord moest vlees worden. Het is een woord. Het is een taal. Soms moet je het niet gebruiken als er woord-afgoden dreigen te onstaan, maar soms kan je het gebruiken bijvoorbeeld wanneer het tegenovergestelde gaande is, als mensen van het kruis beginnen af te wijken, van het Woord dat vlees is geworden. Volgen we het nog ? Want dit is hemelse wiskunde. Zorg dat je het begrijpt. Het is een zaak van het hart, niet van het hoofd, niet van woorden op zich. Zelfs een geestelijk gehandicapte zou dit kunnen begrijpen.


We hebben nu eenmaal met het Jezus varken te maken. In het westen is het helemaal tot een dol zwijn geworden. Daarom moet je de geestelijke ‘Jezus’ leren te begrijpen, anders kun je het Jezus-varken, het Jezus-vlees, nooit overwinnen. Dan heb je al je jaren weggegooid. Wij blijven erop hameren hoe belangrijk het Jezus mysterie is, niet alleen om te ontmaskeren en te herzien, maar ook om terug te leiden tot de bronnen. Ga werken in die mijnen. Handen uit de mouwen. Niet bang zijn om een beetje vies te worden. Beste stuurlui die aan wal zijn hebben we niks aan. Die zullen door de oprijzende golven weggespoeld worden. Ga aan de slag met het mysterie.


Moet je dan op een dag van de gekruisigde horen : Ik ken u niet ? Hoe verschrikkelijk zal dat zijn. Dan moet je wenen als om een eniggeboren zoon. De mens heeft het Woord weggeworpen en is met de zwijnen meegegaan, en dat werd hen tot Woord. Zo werd hun vlees tot Woord. Het vlees werd tot Woord, en het werd tot een gruwel. Ze aanbaden en aanbidden dit gouden zwijn, dit gouden varken. En het goud geeft af. Heerlijk vinden ze het om ermee te knuffelen. Kunnen ze ook weer aan anderen laten zien : ‘Zie, ik heb met het gouden varken geknuffeld.’


‘Nou, stoer hoor.’


‘Was je niet bang ?’


‘Nee hoor, het was heel lekker en leuk, zalig gewoon. Ik zit er nog helemaal onder, al dat goudpoeder. Dat zal mijn populariteit zeker ten goede komen.’


Wat betekent het ‘met Christus’ te leven ? Het is zeker een onderwerp van de gnosis. Niet letterlijk, niet als een westerse, moderne christen, maar als nacht discipel. Geen slapende discipel. Je moet naar Getsemane en naar Golgotha. Kersten wijst erop dat ook de Efezen eertijds zonder Christus waren (2:12). Wat betekent dat, zonder Christus zijn ? Er staat : ‘uitgesloten van het burgerrecht Israels, vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.’ Het woord Christus hoeft dus niet eens genoemd te worden, want het gaat over Israel, en Israel had trouwens ook een heel ander beeld van Christus, als principe. Ja, Jezus en Christus komen ook in het Oude Testament voor, in het Grieks en de Israelitische talen zelf, als onderdeel van de taal, terwijl de Israelieten juist niet in Jezus geloven omdat ze weten wat het betekent. Natuurlijk geloven ze in het Jezus principe en gebruiken ze het woord, maar niet als de afgod die het westen van Jezus heeft gemaakt, als een soort tweede Boeddha, of christelijke boeddha of wat het ook is. Een volgevreten Jezus hebben ze ervan gemaakt in plaats van de oorspronkelijke wilde die hij was. Het is ook in de verste verten geen germaanse wilde met wilde haren en wilde baard. Neen. Ze hebben een Romeinse Jezus gemaakt. Laten we eerlijk zijn. En daarom : Terug naar Israel als je dit sprookje wil begrijpen. Terug naar de Israelitische fundamenten van de heidelbergse catechismus ook, de natuurmoeders van de gekruisigde zoon.


Westers christendom en new age vallen geheel met elkaar samen in bedriegerij en bedonderij. Blinde ogen zijn het. Blind voor de zonde, en blind voor het oordeel op de zonde. Ze kennen de zonde niet. Ze willen dat ook niet kennen. Ze denken dat het kennen alleen toegepast moet worden op recente en actuele zaken van de aarde, en de goede dingen. Geschiedenis en vijand willen ze niet kennen. Het vergetene willen ze niet kennen. Iedereen is ze vergeten, dus waarom zouden zij het niet vergeten ? Kersten noemt op dat de hond is teruggekeerd tot zijn braaksel, en de zeug tot de wenteling in het slijk. Varkens noemt hij ze. Hij stelt dat voor de toetsing van henzelf en anderen er een veel betere toetssteen aangelegd moet worden, namelijk de gekruisigde, maar dan moet je daartoe niet in het vlees wandelen, maar in het geestelijke. Woord en Geest, niet zomaar blind geloof. Wat betekent dat ?


Efeze was afgedwaald. Oorspronkelijk was deze nederzetting gevestigd door de amazones. Maar toen dwaalde Efeze af. Daarom wordt Efeze weer bepaald bij de geestelijke wapenrusting in hoofdstuk 6. Terugkeren tot de oorlogsgodin. 2:12 heeft her erover dat de Efezen weer tot Christus naderden door het bloed. Wat betekent dit ? Wat is de vertaal-sleutel hiertoe ? Even er vanuit gaande dat het Woord vlees is geworden, niet zomaar alleen het vlees dat Woord is geworden. Er is dus een kruizing, een kruiziging. Woord werd vlees. Vlees werd Woord. Een mysterie om niet te verachten. Tot Christus naderen door het bloed. Hier gaat het duizenden malen mis in de westerse kerken. Juist. Terugkeren tot de oorlogsgodin. Efeze 6. Er moet bloed vloeien. Het vlees moet verscheurd worden, het voorhangsel, opdat de mens tot het Woord nadert. Woord werd vlees, vlees werd Woord. Hier gaat het mis in de westerse kerken. Daarom : Terugkeren tot de oorlogsgodin. Terugkeren tot de zondagen van de Heidelbergse catechismus. Dat houdt oefening in, dat houdt school in. Een oorlogsschool. Ken je vijand. Hij kent jou namelijk beter dan dat jij hem kent. Hij heeft wat dat aangaat zijn huiswerk goed gedaan, in verkeerde zin dan. 


Het leven is in het bloed, de ziel is in het bloed. Het Woord is in het vlees, dus daarom ontkom je niet aan de oorlogsvoering tegen het vlees. Als je dan op varkensjacht gaat, waarom zou je je dan niet wenden tot de oorlogsgodin die de jachtwapens en jachtmiddelen hierin kent ? Zij kent ook de gevaren, en weet precies hoe de varkens van het vlees gevangen kunnen worden zonder dat je er zelf aangaat. Zij kent die varkens. Zij weet wat voor truken ze gebruiken. Zij weet hoeveel onoplettende jagers al aan hen ten onder zijn gegaan. Zou je dan niet luisteren ? Zou je dan niet wachten, en eerst haar raad aanhoren over hoe die jachtwapens en jachtmiddelen te maken ? Daar komt een heleboel bij kijken. Die wapens maak je niet zomaar. Daar zijn een heleboel items voor nodig, en voor die items moet je eerst naar allerlei plaatsen toe. 


Het vlees is een abstractie, dus de mens ontkomt hoe dan ook niet zomaar aan het vlees, hoe je het ook wendt of keert. Het is een worsteling. Het vlees moet dronken gevoerd worden (Jeremia 13, 25, 51), want zo gaat het vlees zijn geheimen prijsgeven, net zoals Simson die liefdesdronken werd gevoerd en zo zijn geheimen prijsgaf. Maar het volk pikt die dronkenschap niet op. Ze hebben het niet door wanneer grote geheimen worden prijsgegeven, want ze zijn immers zelf in het vlees en dronken. Ze kennen geen oorlogstekenen, noch overwinningstekenen.


Zolang je groeit is het goed, vooral in empathie. De gnosis is immers het mysterie van het hart, niet zomaar van kennis. Ik ken een heleboel mensen in de gnosis die van jaar tot jaar steeds meer groeien en bloeien, en ik zie hun empathie, hoe ze door dingen heen prikken juist door hun empathie, want empathie prikt diep door het vleselijke heen. De afval is dus niet algeheel. Maar er is een grote afval gaande. Die is wereldwijd en universeel. En dat zijn juist degenen die gebrekkig zijn in hun empathie en daardoor niet door dingen heen kunnen prikken. Het is een kwestie van het hart. Ze blijven achter hierdoor, gaan van de ene leugen tot de ander, toch wel oppervlakte-vermaak, waardoor hun binnenste steeds meer en meer sterft. Daarom gaat dit alarm ook wereldwijd aan, en wij zijn niet de enigen die dit alarm laten horen, maar wij doen dit wel met diepgang en fundament. Keer terug zolang je nog kan. Ga in zak en as, verscheur je klederen, want het is een tijd van rouw, berouw en boetvaardigheid. Zo niet, dan zal de new age nog meer gaan wegvreten en nog meer leugens brengen.


Iedereen heeft met deze strijd te maken, en een ieder heeft met deze boodschap te maken. Als wij deze boodschap niet zouden prediken en als wachters niet het waarschuwingssignaal zouden laten horen, dan zou het bloed ook aan onze handen rusten. Blaast de bazuin. Als het zwaar onweert in het open veld, dan moet je op de grond gaan liggen, anders wordt je zelf ook getroffen.


Kain was landbouwer en bracht alleen maar plantaardige offers, en daarom werd zijn offer niet geaccepteerd, maar Abel, Hobel in het Hebreeuws, was jager en fokker, en bracht bloedoffers, en daarom werd dat offer wel geaccepteerd. Het geeft ons te denken over deze metafoor, deze zinnebeelden, wat hier gaande is, en hoe we dit kunnen toepassen. Uiteindelijk bracht Kain dan wel een bloedoffer, maar een hele verkeerde, en werd zo tot een verworpene. Laten we hier intens over nadenken dat we niet in hetzelfde lot vallen en een Kainsloon ontvangen. We ontkomen niet aan de jacht op het vlees, maar laten we wel zo geschoold zijn dat we het verschil weten tussen het vleselijke en het geestelijke. Abel werd omgebracht vanwege dat hij het vlees niet spaarde, en zo werd Jezus ook omgebracht door een geliefde, een van zijn broeders. Zijn wij kinderen van het bloed van Abel of van Kain ? Uiteindelijk heeft het bloed van Abel niet voor niets gestroomd. Het Woord moest vlees worden, en het Woord moest aan het vlees sterven.

 

zondag 20 en de betekenis van de heilige geest  - 1 januari 1970

zondag 20 en de betekenis van de heilige geest 


zondag 20


Vraag 53: Wat gelooft u over de Heilige Geest?
Antwoord: Ten eerste dat Hij samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. Ten tweede dat Hij ook mij gegeven is om mij door een oprecht geloof deel te laten hebben aan Christus en al zijn weldaden, mij te troosten en eeuwig met mij te blijven.


Wat betekent dit ? De derde persoon is zo belangrijk, het heilige geestelijke, als de heilige vergeestelijking, symbolisering, van alle dingen, anders groeit het vast en wordt het eng. Dat hebben de vader en de zoon dus wel nodig, want kijk hoe het allemaal verletterlijkt is tot allerlei griezeligheden vandaag. Wat is een mens te betreuren als hij de taal van de symboliek niet kent, en alles maar grauw en dor verletterlijkt telkens. De school van symboliek is een van de belangrijkste scholen.


Kersten noemt in dit opzicht de nachtdiscipelen, zoals Nikodemus. Deze discipelen zijn veel vrijer en symbolischer. Wat moeten we dan ontvangen, de Heilige Geest ? Wij moeten de vergeestelijking ontvangen, want dat is wat het betekent, d.w.z. de interpretatie van dingen, wat ook weer een vertakking is van de gave van profetie. Materialisten begrijpen symboliek niet, en willen het ook niet begrijpen, want dat staat hun gejaagdheid in de weg, hun snelle auto’s. Zo jakkeren ze voort over de snelwegen van het vlees, en kunnen de vergeestelijkingen niet oppikken. Het gaat dus niet zomaar om het geestelijke, maar om het vergeestelijken van dingen. Dan hebben we een beter beeld gekregen van wat de Heilige Geest is en waarom het zo belangrijk is. Dingen staan of vallen met de Heilige Geest, de vergeestelijking dus. Hier moeten wij op wachten, en niet zomaar dingen gaan doen of zeggen. De Heilige Geest mag nooit een vleselijke betekenis gaan krijgen. Het is een gruwelijk iets als het wordt afgekapt van de oorspronkelijke betekenis. Het is een verschil tussen dag en nacht.


Alleen door de vergeestelijking van de dingen worden wij wedergeboren, zoals de geboorte door de Heilige Geest wordt genoemd, want anders zouden wij in het vleselijke en de vervleselijking blijven, en dat is een macht van de dood. Naar deze gave dienen wij ons uit te strekken en tijd voor te maken. Waar is ons hart op gericht ? Met recht zei Yeshua daarom hoe moeilijk het zou zijn voor de rijken om het koninkrijk binnen te gaan, want het was nog gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te gaan. De rijken zijn ook de snellen van deze aarde met hun snelle auto’s waarmee ze eindeloos doorjakkeren en zo geheel langs de vergeestelijkingen die hun zouden kunnen redden heenleven. Zo is dat ook in hun geestelijke leven, want zo op de aarde, zo ook in de hemel. Hoe zij leven op aarde geeft allemaal tekenen door. De Heilige Geest is daarom een gevaarlijk woord. Zonder de Heilige Geest ga je het niet redden, en als je de Heilige Geest lastert dan kom je zo ook nergens meer, zo belangrijk is het, maar men moet weten wat dit betekent, want dat gaat dus om het vermogen om te vergeestelijken, en dat heeft een mens nodig als water in de woestijn, anders komt de mens om. Nu, dat zijn zo wat dingen om over na te denken vandaag. Laat u niet meer bedriegen dat u het wel alleen afkan, zonder de middelen. Er zijn middelen door de hemel opgesteld om de mens er doorheen te helpen, als de gebruiksaanwijzing van het leven. 


Het was de Heilige Geest die Jezus opwekte uit de dood. Begrijpen we dit verhaal ? De vergeestelijking van de dingen, ook deze dingen, is de opstanding. Het is een Israelitisch sprookje met een diepere betekenis.


Kersten brengt zondag 20 in verband met psalm 27 :


4 Een ding heb ik van de Here gevraagd,

dit zoek ik: te verblijven in het huis des Heren

al de dagen van mijn leven,

om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen,

en om te onderzoeken in zijn tempel.

5 Want Hij bergt mij in zijn hut

ten dage des kwaads,

Hij verbergt mij in het verborgene van zijn tent,

Hij plaatst mij hoog op een rots.

6 En nu heft mijn hoofd zich op

boven mijn vijanden rondom mij;

daarom wil ik in zijn tent offeren offers met geschal,

ik wil zingen, ja psalmzingen de Here.

7 Hoor, Here, hoe ik luide roep


8 Van Uwentwege zegt mijn hart:

Zoekt mijn aangezicht.

Ik zoek uw aangezicht, Here.

9 Verberg uw aangezicht niet voor mij


11 Onderwijs mij, Here, uw weg

en leid mij op een effen pad

om mijner belagers wil;

12 geef mij niet prijs aan de lust van mijn tegenstanders,

want valse getuigen staan tegen mij op,

en hij die geweld blaast.


14 Wacht op de Here, wees sterk,

uw hart zij onversaagd; ja wacht op de Here.

Kersten noemt ook psalm 119, waarin ook dit vers staat overigens :

11 Ik berg uw woord in mijn hart,

opdat ik tegen U niet zondige.


Ook noemt hij psalm 84 :


2 Hoe liefelijk zijn uw woningen, o Here der heerscharen.

3 Mijn ziel verlangt, ja smacht naar de voorhoven des Heren;

mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende God.

4 Zelfs vindt de mus een huis,

en de zwaluw een nest voor zich,

waar zij haar jongen neerlegt:

uw altaren, o Here der heerscharen,

mijn Koning en mijn God.

5 Welzalig zij die in uw huis wonen,

zij loven U gestadig. sela

6 Welzalig de mensen wier sterkte in U is,

in wier hart de gebaande wegen zijn.

7 Als zij trekken door een dal van balsemstruiken,

maken zij het tot een oord van bronnen;

ook hult de vroege regen het in zegeningen.

8 Zij gaan voort van kracht tot kracht

en verschijnen voor God in Sion.


11 Want een dag in uw voorhoven is beter dan duizend ergens anders;

ik wil liever staan aan de drempel van de tent mijns Gods

dan verblijven in de tenten der goddeloosheid.

 

Het is verschrikkelijk hoe de mens met de bijbel omgaat, zowel in het vervleselijken ervan als het totaal van zich afwerpen. We mogen terugkeren tot zondag 20, tot haar hemelse tent om daar eeuwig te verblijven, boven de hoofden van de vijanden. Zij troont op een hoop van schedels. Alleen Zij is het ware hoofd, en wij moeten in Haar blijven opdat wij ook ver zijn verheven boven de aardse vervleselijkingen die de ziel bederven. Dat kost niet zomaar wat moeite, pijn, zweet en tranen, maar dat kost u alles. Laat u niet voor de gek houden. Is haar woord al in uw hart om zo niet tegen haar te zondigen, of heeft u daar nog nooit echt de tijd voor genomen, omdat u u met allerlei andere, minder belangrijke zaken heeft bezig gehouden telkens ? Alles moet vergeestelijkt worden, uw hele leven, niet alleen maar de vader en de zoon. Zo komt u uiteindelijk terug tot uw hemelse moeder. 


Als psalm 84 zegt : Hoe liefelijk zijn uw tenten, dan mogen we ook denken aan Jesaja 52 over hoe lieflijk op de bergen de voeten zijn van hen die het goede nieuws brengen. De vergeestelijking is een werkwoord, en het is een woord om te delen, als een overdracht, tot hen die daarvoor rijp zijn en het verstaan. Vleselijken zullen hun hoofden erop stukbreken. Deze tekst staat trouwens ook in Romeinen 10 waar ik een paar dagen geleden een droom over had :


8 Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs, dat wij prediken. 

14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? 15 En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen.


Vannacht had ik een droom dat mensen die ik hielp ergens bij een park of grasveldje werden lastig gevallen door een man met een pistool. Ik liep over de straat er naartoe en zei tegen de man : ‘Wat moet u ? Dat zijn mensen die ik help.’ De man draaide zich toen om, en richtte het pistool op mij. Ik greep toen het pistool vast bij de loop, en er was even een worsteling om het pistool, maar toen zei ik : ‘In de naam van Jezus.’ De man liet toen het pistool los, werd rood, en begon ineen te krimpen, en heel spastisch weg te rennen. Nu, de naam van Jezus op zichzelf heeft geen macht natuurlijk, want het is maar een sprookje, in overdrachtelijke zin, maar ik sprak het profetisch uit, en vanuit de diepere betekenis, want in de worteltekst betekent het de baarmoeder en de geestelijke waarde van dingen, en dit is steeds meer aan de oppervlakte aan het komen, dat deze dynamieken hun eigenlijke betekenis krijgen, en dat dingen gesorteerd worden.


Op deze aarde is er heel veel vervuiling en troep en rommel waar de mens soms ziek van kan worden, en als een mens niet ziek wordt dan wordt men wel ziek van alles wat de menselijke systemen de mens aandoen, maar daarom is het belangrijk dichtbij de natuur en het innerlijke paradijs te leven, want deze aarde is dus het paradijs niet, en wat ze lopen verkondigen is de waarheid niet. 


Moeten de blinden dan de blinden leiden of eenoog is koning in het land der blinden gedoe ? In deze wereld moeten we ons kruis dragen want dat doet de hemel ook. De mens wordt niet altijd gespaard, maar moet ook leren, en juist door het lijden meer inzicht krijgen en begrip. Als een lid lijdt, lijden alle leden, maar ook het tegenovergestelde, dus uiteindelijk is het kruis de enige weg, en wat daarbuiten valt is allemaal schijn-leven. Soms heeft de mens ook een doorn in het vlees voor wat voor reden dan ook.


Het leven op aarde is als een hel omdat het nog maar het begin is van de evolutie, omdat het nog niet gesorteerd is dus, alles loopt door elkaar heen, en alleen tijd brengt ware, hemelse orde, geduld, en het zal vaak heel anders zijn dan mensen zich hebben voorgesteld. Rozen hebben ook weer doorns om te laten zien dat er geen korte weg door de school is, maar dat het een lange en diepe weg is, anders zou het allemaal niet veel voorstellen. Dus alles moet doorleeft worden, bezield, en dan heb je ook iets om uit te putten.


Wij mogen uitzien naar de terugkeer van zondag 20, de vergeestelijking van alle dingen tot een hoger, hemelser niveau, als een brug tussen hemel en aarde. 

zondag 9 – van hamelen tot heidelberg - 1 januari 1970

zondag 9 – van hamelen tot heidelberg


1816, het merkteken van het beest. In dat jaar moest iedereen zich onderwerpen aan het nieuwe koninklijke gezag van de kerk, aan Willem I, en wie dit niet deed kon vervolgd worden en in de gevangenis gezet worden. Je mocht niks anders prediken, want dan werd je uit je functie gezet. Er was een boekje gemaakt met de nieuwe koninklijke synode van 1816, en dit boekje moest je in je hand en je hoofd hebben, net zoals het merkteken van het beest. Nu moest de mens dit boekje ontvangen, anders zou de mens buiten de samenleving worden gezet. Komt ons dat niet bekend voor ? Het stond al opgetekend in het boek Openbaring. 


Toen kwam de beweging van afscheiding en wederkeer naar de calvinistische fundamenten. Koning of Calvijn ? Dat ging behoorlijk mis aan beide kanten. Aan beide kanten was er veel extremisme. Nederland was in oorlog met een beest met meerdere koppen. De koningskerk moest een kwartslag draaien, Calvijn moest een kwartslag draaien, en zo ook de heidelbergse catechismus. De mens moest terug naar Heidelberg, waar een veel grotere oorlog gaande was en is. ‘Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen ?’ was een groot thema in de zeventiger jaren. Maar nu is het : ‘Kunt u ons de weg naar Heidelberg vertellen ?’ Oh, zoveel gevaren liggen er op de loer. Zoveel afdwalingen zijn er, en er is zoveel extremisme. De zondagen bevatten hoe dan ook onze hemelse natuurmoeders, dan wel openlijk, dan wel opgesloten, dan wel verdraaid. Het gaat vooral om het herstel van ons zicht erop. Daarom is het belangrijk dat in deze tijd de weg tot Heidelberg gepredikt wordt, anders is er geen hoop voor de mensheid. Het was een geschenk door God gegeven, maar de mens heeft het helemaal verkeerd geinterpreteerd, en in de westerse talen neergezet, in plaats van naar de grondteksten te gaan. Heidelberg heeft niet zomaar zijn wortels in Duitsland, maar in Israel, Egypte en Orion. Op dat spoor verder. Nog steeds moet de mens loskomen van de koningskerk die haar vervolgd, waar het boek Openbaring over gaat. De hemelse natuurvrouw heeft haar schuilplaats in de wildernis. Daar is de wedergeboorte. De mens is gebrandmerkt met 1816, en het druipt nog steeds zijn gif. Er komt zwarte troep uit.


Je mocht niet protesteren. Ledeboer smeet het boekje van 1816 van de kansel af, en begroef het in de tuin. Hij wilde geen staatsslaaf zijn. Hij werd toen opgepakt en in de gevangenis gezet. Hij mocht geen prediker meer zijn. Wij hebben over dit tijdperk veel geschreven in onze onderwijsboeken. Ken uw geschiedenis. De mens zit hier nog steeds in. Daarom moeten wij op weg gaan naar Heidelberg. ‘Kunt u ons de weg naar Heidelberg vertellen ?’


Wat zullen de zondagen met de mens doen ? Zullen ze lief en aaierig zijn ? Nee, ze staan daar met de tuchtroedes. De zwarte pieten zijn daar een schaduw van, een feest wat in Nederland maar blijft terugkomen, en over wiens betekenis gestreden blijft worden. Ledeboer bracht een Kersten voort, en een Klaas Schilder. Allen predikten zij over Heidelberg. En dat moest ook wel, want de mens had meer losgelaten dan lief was. Terug naar Heidelberg was de boodschap, want dit kon zo niet langer.


Kersten zegt over zondag 9 dat God zich ontfermt over hen wie hem vrezen. Zondag 9 gaat over de schepping, en we kunnen stellen dat waar die hemelse vrees er niet is er een valse schepper aan de gang is geweest. In het Hamelen sprookje was de verlosser een bedrieger, en zo is het ook in dit sprookje, dus we moeten dieper gaat tot de fundamenten van Heidelberg en niet bij moderne, aardse verlossers blijven rondhangen. Dit geldt dus ook voor Heidelberg, en ook de Oahspe hamert erop dat de mens moet oppassen met zogenaamde vrijheid en verlossing aangeboden door grote verlossers. De mens moet oppassen met die iconen en nuchter en waakzaam blijven. De mens moet alert zijn. Het was al gegeven, maar wat heeft de mens ermee gedaan ? De mens heeft het omgesmolten en geasfalteerd om in een goed blaadje bij de koning van het vleselijke te komen. 


‘Gelijk een vader zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt zich de Heere over degenen die hem vrezen,’ stelde Kersten. Dat is de ware schepping, niet naar aardse maatstaven, en God heeft ook geen kleinkinderen. Daarom zijn er maar weinig waarlijke kinderen van God, stelde Kersten, juist omdat die vreze deels of totaal ontbreekt. Daar is men niet mee bezig. Dat asfalteert men, dat cementeert men, dat drukt men weg. Veel grote christenen, maar weinigen hebben een kinderlijke gestalte, stelde Kersten. Zij die Hem vrezen doen niets uit eigen kracht, stelt Kersten. Waar die vreze er niet is, daar leeft men vanuit de krachten van het eigen vlees, het ego, en dit ego wil zichzelf groot maken, als een koning, en zo een koningskerk bouwen waarin hij troont en hij aanbeden wordt, allemaal valse afgoden. Zouden wij dan niet huiveren ? Ze zagen het vlak voor hun ogen gebeuren hoe de mens gretig het merkteken van het beest aannam. Zouden we dan niet vluchten tot de wildernis ? ‘Ja, maar ik erken het gezag van koning Willem I en zijn handlangers niet.’ – Oh nee ? Dan maar de gevangenis in, want dat kan echt niet.


‘Ja, maar ik erken het gezag van de gevangenis van 1816 niet. Ik vrees de hemel, niet de aardse koning. Er zijn altijd al aardse koningen geweest en ze hebben elkaar altijd verscheurd. Dit beest is tegen zichzelf verdeeld.’


Maar dat mocht je niet zeggen. Het beest duldde geen kritiek. Dan werd je verbannen. Komen we uiteindelijk zo tot de wildernis ? Verbannen worden tot steeds diepere kerkers, tot aan de rand van de grote onderwereldse wildernis ?


Daar zaaien wij ons zaad. Kersten zei : ‘Gedenkt dat gij stof zijt, en tot stof zult gij wederkeren.’


Wat is dan de schepping ? Het is de generatie van het zoonschap, en op die basis is er schepping en herschepping. Kersten noemt de punten op als hij zondag 9 bespreekt. Er is op die basis van het zoonschap, wat niet zomaar vanuit stof is maar vanuit de hemelse vrezen, schepping en voorzienigheid. Koning of Kersten ? Kersten wees terug op de schepping, en hoe de mens het totaal had verprutst in koningsgewaden. Het vlees houdt ervan om koninklijk te pronken, om anderen goddeloze regeltjes op te leggen, en iedereen die zich daar niet aan verlekkert het gevang in te werpen. De wereld kent heel wat goddeloze koningen, maar Kersten was een wegwijzer : Terug naar Heidelberg. De mens was in Hamelen verstrikt geraakt. Oh ja, die grote rattenvanger van Hamelen zal ons wel verlossen, maar hij stal hen als Repelsteeltje de kinderen af.


De koning zou ze allemaal wel eens even uitleiden, maar hij sloot ze op in een rots. Hij versteende ze, zoals de rattenvanger van Hamelen eens deed. Alleen Heidelberg kon nog redden, maar er waren veel gevaren. En waar was Heidelberg ? Hoe moest je daar komen, en wat stond je daar te wachten ? We kennen allemaal de strikken van de reformatie. Goede oude Repelsteeltje. We hebben er veel over gesproken. Hij had een jacht geopend op het innerlijke kind, op de kinderlijke gestalte. Daar ging het hem om, om dat van de mens af te roven. ‘Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet.’ De mens is zeer gretig in het aangrijpen van allerlei verlossers als de mens in nood is. Men denkt dan niet na over de mogelijke gevolgen. Kersten stelt dat de aardse vaders der mensen slechts flauwe weerspiegelingen zijn van het eeuwige, hemelse. De mens neemt er genoegen mee, verkoopt het, dwingt het. Het is zeer griezelig allemaal. De duivel is het tegenbeeld van God. En de bijbel geeft zelf het antwoord al :


Johannes 5

26 Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven, leven te hebben in Zichzelf. 27 En Hij heeft Hem macht gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is. 28 Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, 29 en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.


Kersten noemde Johannes 5:26, niet zonder redenen, maar het is belangrijk te zien wat hier eigenlijk staat. Er staat dat de zoon, het zoonschap, zelf die sleutel heeft, zelf het leven heeft, dus niet alleen maar een kanaal is. Het gaat om de wording, want uiteindelijk moet de zoon ook het moederschap op zich nemen, en in principe heeft hij en is hij die innerlijke moeder al. Dus zo zien wij ook de uitleg van het raadsel ‘Jezus is God’, waarover men tijdenlang de papieren paus en beul over heeft gespeeld, en wat men afschuwelijk heeft vervleselijkt en verletterlijkt, maar het bedoelt eigenlijk dat het zoonschap zelf die verantwoordelijkheid moet dragen, en het niet zomaar af moet schuiven op de hemelse moeder, en dan zelf maar kan aanrotzooien. Het is de dienstplicht van het hemelse zoonschap, en een oproep tot het hemelse zoonschap om dit te doen. Daarom zijn de drie altijd belangrijk. Het is niet ‘of, of’, maar ‘en, en’. De mens is zoon en moeder. Dat is de dialectische theologie die beoefend dient te worden. 


Hoe kun je zoiets loochenen ? stelt Kersten. Hij is er helemaal overstuur van. Het is een waarheid die verdedigt dient te worden, maar dan ga je ontwaken, en moet je dit een kwartslag draaien. Kersten een kwartslag draaien, net zoals Calvijn en de koning. ‘De loochening van de godheid van de zoon is iets verschrikkelijks. Oh, wat een nare man was die Arius.’ Oh ja ? Voor die tijd wel, ja, want de koning drong zijn godheid aan de mens op, en daarom greep de afgescheiden mens naar de gevaarlijke drugs van de zoon als godheid. Nee, de zoon is niet zomaar god. Natuurlijk wisten zij dat ook, en hadden zij het over het volkomen zoonschap, het hemelse zoonschap, en die is dus in de dialectische theologie allereerst helemaal geen godheid, maar die moet zich allereerst onderwerpen aan de hemelse moeder, maar omdat dit in zichzelf is, is hij dus deels een godheid. We zien dus stelling, tegenstelling en samenstelling, als hemelse wiskunde, en daar mag theologie dus nooit van losgekoppeld worden, en daarom is theologie een wetenschap, een zeer ingewikkelde wetenschap, want hier kan het dus al snel foutgaan, dat de rattenvanger van Hamelen je meeneemt, en dan ben je je innerlijke kind kwijt, en dan toont Repelsteeltje zijn afschuwelijke gezicht, die kinderkannibaal. 


Zomaar stellen dat Jezus God is kan dus niet, en ook de zoon is niet zomaar God, maar de aandacht moet gericht worden op Heidelberg, want de mens is godziek, en de mens heeft een godsyndroom, godsdienstwaanzin, grootheidswaanzin. God kunnen duiden is een sport, een wetenschap, een oefening. Het kan al snel misgaan, en dan zijn de gevolgen niet te overzien. Och, het luie vlees, zo laf. Daarom heeft de mens de zondagen nodig. Die zondagen werden uitgelegd door de vaderen van de afscheiding en de wederkeer, en nu moeten zij uitgelegd worden, en een kwartslag gedraaid worden. Exegese op exegese, zoals in de Talmoed. Dat is een Israelitische bezigheid dus. Alleen zo kan de hemelse natuur begrepen worden. Dit is iets van de hogere hemelse natuur dus. 


Kersten is diep verbolgen en verontwaardigd over de lastering en loochening van het hemelse zoonschap, en noemt het ondankbaarheid, en niet zonder redenen. Telkens weer als wij mensen vrijzetten uit het afgedwaalde westerse moderne christendom zien wij ze worden tot extremistische liberalen die het er gewoon van nemen, en telkens heb ik weer spijt als haren op mijn hoofd dat ik ze heb vrijgezet, want ze worden vaak nog wel erger. Natuurlijk kan ik daar niks aan doen. Ook Jezus had veel met deze ondankbaarheid te maken als hij mensen genas of vrijzette. Hoe veel je er ook op hamert dat het belangrijk is om terug te keren tot de fundamenten, en dat het geen vrijkaartje is om dan maar alles weg te werpen, ze luisteren niet. Eerst waren ze heet en radicaal, en nu zijn ze lauw of koud, onverschillig. Maar dat doet verder niks af aan de boodschap, dus ik blijf het prediken, maar de mens haat de natuur. Als het even kan rent de mens van de ene naar de andere stad, die nog wel erger is, onder het mom dat ze zijn bevrijd van de stad, en dan gaan de verslavingen gewoon door in andere, nog wel ergere, vormen. Tot dansende leprechauns worden ze. Ze zien geen taak in de geschiedenis, dat vergeten ze, dat onderhouden ze niet, verbeteren ze niet, maar ze richten zich op de overtechnologische moderne toekomst. Ze gaan space-cake eten.


Kersten stelt terecht dat het hemelse zoonschap niet zomaar om een schepping gaat, maar om een geboorte. Hij wijst dus op de hemelse baarmoeder, en niet op allerlei knopjes. We spreken over het hemelse organisme, geen organisatie. Men heeft alles met grote bulldozers lopen platgooien, de gehele hemelse amazone natuur, maar tegen deze wildernissen valt niet op te boksen. In principe hebben ze maar een druppeltje van de oceaan weten te roven en vernietigen, en het zal weldra op hen af gaan komen. Nee, de hemelse wildernis wordt alleen maar groter. De ware zonen des hemels gaan opstaan. Dat is een groot geheimenis. Het zoonschap zal hersteld worden. Niemand kan dat tegenhouden. Deze bulldozers zullen dus weggeblazen worden, maar de mens moet hiertoe wel ontwaken. De mens moet wel ijverig meewerken om dit asfalt weer weg te krijgen. We hebben deze lagen besproken in onze onderwijsboeken. 


Zoveel hiaten zijn er tussen God en mens, en God boog tot Adam in de paradijselijke tuin, stelde Kersten, en Adam werd de zoon van God genoemd, en was versierd met God’s beeld. God moest dus heel diep buigen om Adam te kunnen bereiken, maar dan moet het kind in het paradijs nog de hemelse woning vinden. Laat het kind gaan tot Heidelberg, om aan de klauwen van Repelsteeltje te kunnen ontkomen. Repelsteeltje is overal, verbergt zich in iedere pot en pan, in ieder hoekje, ook in Heidelberg. Heidelberg moet dus ingenomen worden, verlost worden, door de hemelse waarheden. Valse verlossers zijn altijd op jacht. Zij jagen voor de koningskerk. Ieder mens moet het 1816 teken dragen. Kersten noemt hen ‘moderne vertrappers.’ Er is veel te veel weggegooid. De mens kan de waarheid of niet verdragen, of vervormt de waarheid tot zijn eigen schikken. Je zet mensen vrij, en ze vliegen elkaar in de haren, en vechten om wie de vrijheidsbokaal mag hebben. Ze vechten om ieder stukje brood, en om het pronkjuweel, spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is mentaal het schoonste van het land ? 


Kersten noemt dan het verhaal van de verloren zoon, die het niet meer kon houden, en toen wegtrok naar vreemd land, en zich daar aan van alles tegoed deed. Hij leefde in verkwisting, grote verkwisting, zijn gave verachtende. Kersten spreekt van een bondbreuk. De mens hield het niet meer uit bij God, en zo viel de mens. Waar begint het dan mee ? Met allerlei grandioze verhalen ? Kersten stelt dat het begint met boetvaardigheid : ‘Ik ben het niet waard Uw zoon te heten.’ Hij stelt dat de mens moet wederkeren tot het Adamitische werkverbond, in het paradijs gegeven. Hierin wordt de mens van de vloek verlost, om zo als kinderen te worden aangenomen tot herschepping. In Adam ligt ook het boze, van het willen zijn van een mensenmoordenaar, de begeerte van de valse vader. In Adam lag al het kindschap van Repelsteeltje, de kinderkannibaal. Daarom moeten wij tot Heidelberg gaan. Dat is het hemelse werk. Voor iedereen is er hoop. Kersten stelt dat niemand te goddeloos of te slecht is, om tot deze weldaad te komen. Iedereen heeft dus die eeuwige vonk al diep van binnen. De mens moet slechts loskomen van deze schaduwen. Maar dat kan dus niet in eigen kracht. Alleen door te sterven in het zoonschap, tot wedergeboorte. Alles tot de hemelse moeder, de zondagen. Wedergeboorte dus, niet door de krachten van het zichzelf kronende vlees. Afsterven dus. Steek de lont maar aan. Door wedergeboorte worden wij eigendom, niet door enige andere weg. Een ieder die uit God geboren is is een kind van God, stelt Kersten.


Ook is een ieder zo een hemelburger van Sion, hoe geestelijk klein, schuchter en twijfelmoedig dan ook, stelt Kersten dan. Alleen als wij in de doodstaat zijn worden we door de hemel bezocht. Dat is niet zomaar een woord, maar een ervaring, een vastbesloten, eeuwig volhardende beslissing die je neemt, in ijverig, heilig vrezend toetsen. En dan komen we op het juiste moment tot leven, als alles er doorheen is gegaan. Niet eerder. Wee het gebeente van degene die het pusht. Wee het gebeente van degene die afzwakt in het toetsen, die denkt dat hij soms niet hoeft te toetsen, en soms wel. Toetst alle dingen. Toets te allen tijde. Behoud het goede. Er is alleen waarlijk leven in de leiding door Zijn raad, merkt Kersten op. Wij leven om geleid te worden, anders is het dus het leven niet. Zo is er veel vals leven. Je moet je ogen nog gesloten houden als je nog door het vlees wordt geleid. Zij worden voortgeleid door de wil van het vlees, zegt Kersten.


Het zoonschap is de weg tot de hemelse moeder. Stervende in de hemelse baarmoeder, tot wedergeboorte en leiding. De wegen zijn al uitgestippeld. Die wegen gaan door de hemelse natuur, de paden van vur, de natuurkennis. Had de mens maar wat meer natuurkennis in plaats van al die jagende, dwingende, manipulerende, intimerende lagere aardse kennis van het vlees. De wedergeboorte is een openbaring, een illuminering, van God gegeven, vanuit de hemel, als een tegemoetkoming. Het is iets van de hogere natuur. Al bent u kapotgehakt door de valse goden van iemand anders, dat wil niet zeggen dat er geen waar godsbegrip dient te komen. De ware god werkt door de kinderlokker god heen, een principe wat we altijd onderwezen hebben, maar waar vele zogenaamde verlosten zich vanaf keren nadat we hen hebben vrijgezet, en dan is het lang leve de lol. Zou God dan nog mensen moeten genezen en vrijzetten ? Zou God dan telkens weer zijn parels voor de zwijnen moeten gooien ? Wij zaaien slechts. 


Kersten wijst erop dat het pad van hemelse leiding een pad van hemelse oefening is. Als het niet geoefend wordt is het niks en is het vals. Dat is waar zondag 9 over gaat, dat het tot hogere vormen moet komen. Kersten stelt dat we zo mogen groeien in de hemelse voorhoven, om ver van de zonden te wandelen als kinderen van God, in stilte en ootmoed, en ook in hemelse vreze als het zegel van dat hemelse kindschap. Laat die heilige vrees niet los, want dan is alles los, en is de beer los. De heilige vrees is het fundament van alle toetsen. In zorgeloosheid is er nog nooit iets zuiver getoetst. Heb je geen hemelse vreze, dan mag je daar om vragen, om smeken, in boetvaardigheid, want daar begint alles. Zonder boetvaardigheid is het toetsen heilloos. 

het belang van zondag 1 en 2 in het roddel tijdperk - 1 januari 1970

het belang van zondag 1 en 2 in het roddel tijdperk


Lezen :


Zondag 1

2 Petrus 2

Zondag 2


In zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus komt het dankbaarheids-principe duidelijk naar voren.


‘Vraag 2: Wat moet u noodzakelijk weten om godvruchtig te leven en te sterven?
Antwoord: Drie stukken. Ten eerste, hoe groot mijn zonde en ellende zijn. Ten tweede, hoe ik van al mijn zonden en ellende verlost word. Ten derde, hoe ik God voor zo’n verlossing dankbaar zal zijn.’


Wij worden van zonden en ellende verlost door het kruis. Wij mogen dus dankbaar zijn voor het kruis, door dit te leren toepassen. Basilea Schlink zei eens dat als de zonde van de mens zo diep is en zo groot, hoe kan het lijden dan ooit teveel zijn ? Blijkbaar heeft de mens dat nodig, dus we kunnen onszelf wel verbazen over hoe groot het lijden is, maar de mens heeft het nodig om los te komen. Het profetische leven probeert dit niet allemaal in kannen en kruiken te brengen, want er is een veel hogere weg. De dankbaarheid en vrijwillige toewijding tot God is een veel hogere weg, en God weet de weg. Veel mensen willen het woordje God niet meer horen, omdat hun ego nog op de troon zit. En het ego jakkert ziekelijk voort in het vlees en is zijn eigen afgod. Ze halen hun informatie niet uit het Hemelse Woord, maar uit vleselijke blaadjes, en jagen elkaar daarmee op, maken elkaar bang en manipuleren elkaar, en zijn zo dienstvaten en dienstkanalen van de duivel, elkaar ziekelijk programmerende om het duivelse koninkrijk te bouwen. Ze zijn kanalen waardoor demonen zich kunnen materialiseren, omdat ze hier verdicht mee bezig zijn. 


Ze worden niet stil voor het Woord, en als ze even stil zijn, dan zijn ze ook weer snel afgeleid. 2 Petrus 2 spreekt over hen, en waarschuwt tegen hen. Het is een stuk over dwaalleraars. Zij zijn agenten van de matrix die de matrix ook voeden :


‘Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend. En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen. Vooral hen, die, begerig naar onreinheid, het vlees volgen en hemelse heerschappij verachten. Zulke vermetelen, vol van zelfbehagen, schromen niet de heerlijkheden te lasteren. Zij achten het een genot op klaarlichte dag te zwelgen; schandvlekken en smetten zijn zij, die in hun bedriegerijen zwelgen, als zij met u feesten; zij hebben ogen, die altijd uitzien naar een overspeelster en nooit ophouden met zondigen; zij verlokken onstandvastige zielen, hun hart is volleerd in hebzucht; kinderen der vervloeking zijn zij. Doordat zij de rechte weg verlaten hebben, zijn zij verdwaald en de weg opgegaan van Bileam, de zoon van Beor, die het loon der ongerechtigheid liefhad, maar een terechtwijzing kreeg voor zijn ongerechtigheid: het stomme lastdier, dat met mensenstem sprak, heeft de dwaasheid van de profeet verhinderd. Dezen zijn bronnen zonder water, nevelen, door een windvlaag voortgejaagd, voor wie de donkerste duisternis is weggelegd. Want met holle, hoogdravende klanken verlokken zij door vleselijke begeerten en door ongebondenheid hen, die zich ternauwernood aan degenen, die in dwaling verkeren, onttrekken. Vrijheid spiegelen zij hun voor, hoewel zij zelf slaven des verderfs zijn; immers, door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men.’


Daarom begint Zondag 1 in de grondtekst met deze stelling :


‘Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven als in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar de hemelse baarmoeder. Daarom verzekert Hij mij ook door het heilige geestelijke van het eeuwige leven en maakt mij van harte gewillig en bereid om voortaan Hem toegewijd te leven.’


Wij zijn er dus niet voor om het ego na te leven. Dan missen wij ons doel. Tegenwoordig is alles gemoderniseerd om het ego te dienen. Alles zit onder camouflage hiertoe, en de mens kent het profetische niet meer. Ze zijn niet meer prophetic maar pathetic. Ze spreken niet : ‘Zo spreekt de Heer,’ maar : ‘Zo spreekt de Telegraaf, of het Algemeen Dagblad.’ En ze spreken elkaar allemaal tegen. Het is ego tegen ego, en men zweept elkaar op. Dit zijn duistere geesten die van bloed genieten, van chaos genieten, want het is hun lucratief handeltje. Het gebeurt waar mensen God loslaten, het profetische op een tweede plan zetten. Het ego staat op het eerste plan. Dit ego wil het kruis niet zien, maar duwt het kruis weg, en het vlees is bang voor het kruis. Ze wijden zich niet toe aan het kruis om hierin het Woord van God te ontvangen. Nee, het ego zit op de troon, niet God. De Libelle zit op de troon, de Story, de Weekend, het NRC Handelsblad, Youtube, Facebook of Instagram. Ze zijn slaven geworden van de aardse media, programmeurs, om het koninkrijk van de duivel te bouwen, als rollende balletjes zijn ze in de flipperkast. Flipperkast profeten zijn het. Je kunt niet van ze op aan, want het is elke dag weer anders. Elke dag hebben ze wel iets nieuws, en telkens weer zeggen ze dat ze het mis hadden, en maken ze excuses, en gaan vervolgens vrolijk op dezelfde voet verder.


Het zijn dwaallichten, zegt Petrus, bronnen zonder water, nevelen, door een windvlaag voortgejaagd. Ze draaien voortdurend alles om. Waarheden vermengd met leugens, het goede vermengd met het slechte, maar het Beste volgen zij niet. Het zijn strontvliegen die van de stront der aarde leven. De mens volgt Areta niet als Heracles, maar volgt de heks Kakia, wereldgezindheid in plaats van geoefendheid in het sobere profetische leven. Ze moeten geprikkeld worden met vleselijkheden, met plaatjes. Ze willen de filmen en de stripboeken, maar niet de boeken, en vooral niet de oude boeken. Ze willen sensatie, entertainment, griezelen in moderne spookhuizen. Voor elk wat wils. De mens is op de kermis van de duivel en heeft het merkteken al ontvangen. Men projecteert dat graag op iets anders en wil het kruis niet dragen, en niet het pad der verlossing gaan. Alles moet luidruchtig en chaotisch, opgedreven door de winden van het lagere aardse, de schetenlatende heks Kakia. Kontenlikkers zijn het. Pipo de clown opent zijn mond en ze hangen direct aan zijn lippen. Het profetische verachten ze. Dat kost hen teveel geduld. Hier ligt alles voor het grijpen. Het levert geen diepte. Ze doven elkaars geestelijke leven met deze gokkast. Het leven is een duivels casino geworden, en je speelt Russisch roulette. De kosten zijn hoog, en zo wordt de mens zelf tot een leprechaun, een goudduivel. Wat baat het je als je de wereld hebt gewonnen en alle kennis der aarde, maar aan je ziel schade hebt geleden ? De mens kan geen twee Heren dienen. 


Zondag 2 geeft dan in de grondtekst een oplossing :


Vraag 3: Waaruit kent u uw ellende?
Antwoord: Uit de Wet van God.


Vraag 4: Wat eist Gods Wet van ons?
Antwoord: Dat leert de baarmoeder ons in een hoofdsom, Matt. 22:37-40: Gij zult God 
uw Here liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met al uw krachten. Dit is het eerste en grote gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse Wet en de Profeten.
Vraag 5: Kunt u zich aan dit alles volkomen houden?
Antwoord: Nee, want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.


Er liggen dus regels hieraan verbonden. De mens kan het niet zomaar uit zichzelf, en dan komt God weer in the picture. Vandaag de dag is de mens totaal van God los, omdat God misschien verkeerd is voorgesteld door anderen. Vandaag is de mens verwond en paranoide. Maar als er vals geld in de omloop is, is er ook echt geld. De grondtekst spreekt over God als de hemelse baarmoeder van de hogere natuur. Wij hoeven niets zomaar weg te gooien, maar mogen het tot hogere vormen brengen. De Egyptenaren schreven hun woorden in vele vormen, en ook omgedraaid, wat we bespreken in het boek ‘De Ontsluiering van Genesis’, en dit was om het hemelse Woord te beveiligen, te camoufleren ook, dus wij zijn mensen van verschillende lagen en talen, anders heeft het geen techniek. 


Een zanger zei eens : ‘Je kunt niet altijd alle mensen voor de gek houden, maar het is heel goed mogelijk om de meeste mensen meestal voor de gek te houden. Alleen omdat we bestaan, nemen we aan dat we weten hoe we moeten denken. Om een goede artiest of muzikant te worden moet je op de juiste manier oefenen om een goede techniek te krijgen. Zo is het ook met denken. Sommigen zullen boos, beledigd, verontwaardigd zijn over de suggestie. Ik, ik ben nog aan het leren.’


Vannacht had ik een droom dat een vrouw achter mij aanzat met een geweer of pistool. Er zat een bepaald onzichtbaar schild om mij heen wat de kogels afweerde, maar er was ook een jongen bij me. Ik kon vliegen en nam de jongen mee de natuur in, maar de vrouw achtervolgde ons nog steeds. Het was allemaal langs het water, en ik vloog toen met de jongen boven het water, maar ook daar volgde de vrouw ons, en bleef maar schieten. De vrouw was half naakt en manifesteerde zichzelf ook zo, tot een jonge vrouw met ronde vormen, en dat is wat heksen kunnen, en de jongen viel ervoor. De jongen had zich toen omgevormd tot een grote panter, en wilde met de vrouw paren, want de vrouw bood vriendschap aan. Ik zei toen tegen de jongen : ‘Ze is een moordenares,’ maar de jongen wilde niet luisteren, en ging toch met haar mee om met haar te paren. Easily convinced, koppig, als een rund naar de slachtbank, want Spreuken waarschuwt zo ook voor de vreemde vrouw. De nacht daarvoor had ik een droom dat we gezinnen hielpen in een stad, en we deelden onderwijsboeken uit, en een jonge jongen liep met zo’n onderwijs boek in zijn hand naar ons toe en vroeg toen of hij het mocht overslaan. We zeiden hem toen dat het een stripboek was, en toen wilde hij het wel lezen. Het is allemaal onder hun eigen voorwaarden, als er maar genoeg sensatie is, prikkeling van de zintuigen met visuelen, maar dat is niet het ware profetische leven. Bovenstaande dromen zijn voorbeelden van de hedendaagse staat van de wereld, dat de mensen niet echt willen luisteren, maar excuses vinden om ook nog hun eigen afgoden te houden.


Zondag 2 spreekt dan een radicale boodschap van God volkomen liefhebben, zoals Maleachi ook stelt dat er een volkomen offer gebracht moet worden, want de vijand zal haastig gebruik maken van elk gaatje in de wapenrusting. Ook al is de mens ontrouw, God is altijd getrouw, maar de mens zal wel zijn karma moeten dragen. Karma valt niet te misleiden. Karma prikt door de excusen van de mens om in het vlees te kunnen blijven leven heen. Karma is niet om te praten. Dan hebben wij gewaarschuwd, zoals we de laatste tijd veel doen en ook moeten doen, zowel in Nederland als daarbuiten in ons werk, zodat het bloed niet aan onze hand zal hangen, maar op hun eigen hoofd zal zijn, en dan vegen wij het stof van onze voeten en dan gaan wij verder. Toch is God dan nog getrouw. Toch heeft God dan voor de mensheid de deur nog op een kier, zoals sinterklaas ook nog eenmaal per jaar terugkeerd, wat dan een heel aards voorbeeld, een hele aardse schaduw is. 


Men heeft God niet nodig. Men heeft het Woord niet nodig. Men is immers verslaafd aan de roddel industrie, aan lagere aardse geesten die zich aan de mens ook vastklampen. De Oahspe noemt ze druja’s en fetals, plaaggeesten en verslaafde geesten. De mens heeft deze geesten gekozen boven God, en daarom moet de mens er ook mee leven. Ook als je wil ontsnappen, zoals Sint Antonius in de wildernis, zullen die geesten je niet zomaar laten gaan. Ze houden van sprookjes en fabeltjes vertellen als de fabeltjes krant, en mensen roken het als sigaretjes. Afkicken geblazen dus, en halve waarheden maken niet het geheel waar. De duivel gebruikt graag het aas van de halve waarheid, en zij die niet waakzaam zijn en nuchter vallen ervoor. Daarom roepen wij op om terug te keren tot de heidelbergse catechismus die door de buitenaardsen aan Duitsland was gegeven in de reformatie, om de gegeven natuur tot hogere vormen te brengen, zoals we ook met de Dordtse leerregels hebben gedaan. Er liggen hier te belangrijke doorgangen om zomaar te verruilen voor het Parool, de Yes, of de Margriet.